Excuses Republika Srpska aan slachtoffers oorlog

DEN HAAG - De regering van Republika Srpska, de Servische entiteit binnen Bosnië, heeft woensdag een verklaring uitgegeven waarin zij excuses aanbiedt aan alle niet-Servische slachtoffers van de oorlog in Bosnië (1992/95).

Dit gebeurde twee dagen nadat het Internationaal Gerechtshof in Den Haag had gevonnist dat er in 1995 volkenmoord is gepleegd op de Bosnische moslims na de val van Srebrenica, de moslimenclave die de Nederlandse VN-militairen van Dutchbat niet konden beschermen.

De regering in Banja Luka verklaart tevens dat zij de verantwoordelijken voor de genocide voor de rechter wil brengen. Radovan Karadzic en Ratko Mladic, de hoofdverdachten inzake 'Srebrenica' zijn al jaren op de vlucht voor het Joegoslavië-Tribunaal.

Srebrenica

Dat had eerder al in de zaak-Krstic vastgesteld dat de Bosnische Serven volkenmoord hebben gepleegd op de moslims uit Srebrenica. De regering in Banja Luka verklaart tevens dat zij de verantwoordelijken voor de genocide voor de rechter wil brengen.

Radovan Karadzic en Ratko Mladic, de hoofdverdachten inzake 'Srebrenica', zijn al jaren op de vlucht voor het Joegoslavië-Tribunaal.

Overgave

Milorad Dodik, de premier van Republika Srpska, roept Karadzic en Mladic op zich vrijwillig over te geven aan het tribunaal voor het "welzijn van alle Serven".

De regering van Republika Srpska vraagt tevens de moslims en Kroaten in Bosnië om eveneens excuses aan te bieden aan de Serven "om te werken aan een betere toekomst voor alle volken en burgers" van Bosnië-Hercegovina.

Tip de redactie