Japan beëindigt walvisvaart vroegtijdig

TOKIO - Japan is eerder dan gepland gestopt met zijn controversiële jaarlijkse walvisvaart in de Antarctische Oceaan. Een brand die het vlaggenschip van de walvisvaarders twee weken geleden beschadigde, maakt verder vissen onmogelijk, aldus het ministerie van Visserij woensdag.

De zes schepen, die eerder al hinderlijk waren gevolgd door natuurbeschermers, hebben volgens het Japanse persbureau Kyodo maar iets meer dan de helft van de geplande vangst binnengehaald.

De vloot wilde 850 dwergvinvissen en tien vinvissen jagen, maar zette koers naar huis na 505 dwergvinvissen en drie vinvissen te hebben gedood.

Varende vleesfabriek

De Nisshin Maru, het moederschip van wat Japan zijn walvisonderzoeksvloot noemt, startte in het weekeinde weer zijn motoren. De varende vleesfabriek kan op eigen kracht terugkeren, maar veel van de apparatuur aan boord is zo ernstig vernield dat verder jagen op walvissen zinloos is.

Het is volgens Japan voor het eerst dat de jacht vroegtijdig is beëindigd. Sinds 1986 geldt een wereldwijd moratorium op de commerciële walvisvaart, maar Japan heeft de jacht zogenaamd om wetenschappelijke redenen voortgezet. Het land maakt er evenwel geen geheim van dat het vlees op menukaarten belandt.

Tip de redactie