Verdachten jihadwerving langer vast

ROTTERDAM - De rechtbank in Rotterdam heeft woensdag de voorlopige hechtenis van vier mannen en een vrouw die worden verdacht van werving van moslims voor de internationale gewelddadige jihad met drie maanden verlengd.

Tijdens een pro-formazitting vroegen de advocaten om schorsing dan wel opheffing van de voorlopige hechtenis, omdat er onvoldoende belastend materiaal tegen de verdachten zou zijn.

Informatie

De rechtbank willigde echter het verzoek in van het Openbaar Ministerie (OM). Dat vond dat het belang van het onderzoek en de tot nu toe bekende informatie over de wijze van rekrutering voor de jihad genoeg grond om de verdachten vast te houden.

De Nationale Recherche arresteerde het vijftal begin november in Amsterdam en Den Haag. Van een zesde arrestant is de voorlopige hechtenis eerder geschorst. Het OM wil hem en waarschijnlijk nog iemand wel nog laten voorkomen.

Irak

Het onderzoek naar de groep begon in november 2005, naar aanleiding van informatie van de inlichtingendienst AIVD. Die informatie betrof onder meer de verdwijning van drie jonge mannen uit Den Haag. De drie verdwenen medio november 2005.

Hun families vreesden dat zij waren geronseld voor de jihad in Irak. Het trio werd in december in Azerbeidzjan gearresteerd en onder begeleiding van de Haagse politie teruggebracht naar Nederland.

Geronseld

De jongens, zelf geen verdachten, zouden door een van de verdachten, Murat Ö., zijn geronseld voor de gewapende jihad. Een andere verdachte, Mohamed M., zou Ö. helpen met de training van gerekruteerde jihadgangers. De derde verdachte, de Irakees Mohamed W., zou hiervoor administratieve handelingen hebben verricht.

België

Het OM koppelde dit onderzoek aan een rechtshulpverzoek uit België, waar een soortgelijke verdwijning had plaatsgevonden. Een man was in februari 2006 voor de jihad naar Pakistan vertrokken en had daarvoor advies gekregen vanuit Nederland. Dit kwam van de vrouwelijke verdachte Michelle Y. en haar echtgenoot Moad B..

Tijdens beide onderzoeken bleek dat zij onder meer contact hadden met Ö. Het OM besloot hierop de onderzoeken in een dossier te voegen.

Detentie

De advocaten voerden allen aan dat in het dossier te weinig aanknopingspunten zijn om de verdachten deelname aan een terroristische dan wel criminale organisatie te verwijten. Zij stelden daarom dat de opgelegde detentie op de zwaarbeveiligde terrorismeafdelingen in Vught (mannen) en de gevangenis De Schie in Rotterdam (vrouwen) buiten alle proporties is.

De rechter wilde aan hun verzoek om tot reguliere voorlopige hechtenis te besluiten, geen gehoor geven.

De rechtbank heeft de zaak voor drie maanden aangehouden en terugverwezen naar de rechter-commissaris.

Tip de redactie