Motivatieprobleem voor brugklassers

NIJMEGEN - Tweederde van de leerlingen in de brugklassen van het voortgezet onderwijs krijgt te maken met een motivatiedip. Docenten kunnen daar iets aan doen door meer met de brugklassers te praten over hun opvattingen over school en leren en door andere proefwerken te maken.

Dat blijkt uit een onderzoek van drs. Ellen Klatter van het Rotterdams Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Beleidsonderzoek (RISBO). Klatter promoveert volgende week donderdag op haar onderzoek aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Zij volgde een groep leerlingen tussen de twaalf en veertien jaar vanaf groep acht van de basisschool tot aan het begin van de tweede klas van het voortgezet onderwijs.

Klatter vond in haar onderzoek dat kinderen die op de basisschool klassikaal onderwijs volgen over het algemeen het meest positief denken over vervolgonderwijs en leren. Deze kinderen krijgen na de Cito-toets ook vaker een havo- of vwo-advies. Na de overstap naar het voortgezet onderwijs hebben echter ook veel van deze leerlingen last van een motivatiedip.

Vermijdingsgedrag

Tweederde van de brugklassers vertoont onzekerheid en zelfs vermijdingsgedrag. Volgens de promovenda heeft de opkomende puberteit zeker invloed op het gebrek aan motivatie in het begin van het voortgezet onderwijs.

De leerlingen zijn meer met zichzelf dan met school bezig. Maar ook de meestgebruikte vorm van toetsing - proefwerken laten maken die uitsluitend gericht zijn op uit het hoofd leren - leidt tot ongeïnspireerd en oppervlakkig leren, stelt de sociologe. Kinderen geven aan dat zij weinig plezier beleven aan een dergelijke manier van leren en haken af.

Betere begeleiding

Klatter pleit voor een betere begeleiding van brugklassers die negatief gedrag vertonen. Hoewel de meeste leerlingen aan het begin van de tweede klas over hun motivatiedip heen zijn, blijft er een groep over die de neiging heeft de controle te verliezen, stelt zij.

Zij noemt dat zorgwekkend, omdat tweederde van alle brugklassers tot die groep kan gaan behoren. De sociologe wil dat er nader onderzoek komt naar de problemen die kinderen tegenkomen bij de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs.

Tip de redactie