LONDEN - De Verenigde Staten en de NAVO moeten met spoed hun militaire strategie in Afghanistan heroverwegen. In plaats van militaire acties tegen opstandelingen, moet het Westen zich richten op economische en humanitaire hulp aan de "ernstig genegeerde" gewone Afghanen.

Dat stelt de toonaangevende Senlis Council in een woensdag verschenen rapport over de situatie in Afghanistan. Het land bevindt zich volgens de denktank op een "omslagpunt". Waarnemers vrezen de komende maanden met een verwacht lenteoffensief van de Taliban een nieuwe golf van geweld in het zuiden van Afghanistan.

Nood

De aanwas van de extremistische rebellen is volgens de organisatie vooral afkomstig uit de lokale bevolking, die zich uit nood geboren aansluit bij de Taliban. "Zij kunnen zo makkelijk rekruteren omdat mensen hun familie niet meer kunnen onderhouden", aldus het rapport. De opstandelingen bieden 12 dollar per dag tegen een dagloon van slechts 2 dollar voor militairen in het regeringsleger.

Compensatie

Door "genadeloze" bombardementen jagen de NAVO-militairen de lokale bevolking alleen maar verder tegen zich in het harnas, oordeelt de organisatie. De troepen moeten zich daarentegen concentreren op grootschalige voedselhulp, medische voorzieningen en het compenseren van nabestaanden van slachtoffers.

Senlis Council bepleit verder een stop op de vernietiging van papavervelden. In plaats daarvan moeten de boeren worden opgenomen in een netwerk dat legaal opium levert voor de productie van pijnstillers. Daaraan is wereldwijd een tekort.

Koranvers

Minister Henk Kamp van Defensie is woensdag tijdens zijn bezoek aan de plaatsvervangend gouverneur van Uruzgan verwelkomd met een gezongen vers uit de Koran. Vicegouverneur Ghudai Rahim zei dat hij "heel dankbaar is met de aanwezigheid van de Nederlandse militairen in Uruzgan en wat ze voor de vrede gedaan hebben". Hij zei te hopen dat de Nederlanders nog lang blijven.

Kamp benadrukte dat er alleen veiligheid kan komen als de bevolking werk heeft en het beter krijgt. Naast het militaire aspect zijn er daarom veel ontwikkelinsprojecten en de aanleg van de infrastructuur. Zoals onder meer de weg tussen Tarin Kowt en Chora, die door de Baluchivallei loopt, waar nu nog veel Taliban zitten. De aanleg hiervan is een geheel Nederlands project. Rahim vroeg ook expliciet om Nederlandse expertise op het gebied van land- en tuinbouw.

Jezus

Het gesprek werd onderbroken door de voorzitter van de provinciale raad, Mullah Hamdullah, die een verhandeling gaf over het leven van Jezus. Kamp zei daarop dat er in Nederland naast een miljoen moslims veel christenen zijn. "Er is een persoon die heel veel van Jezus weet en dat is mijn opvolger. Hij wil het Afghaanse volk graag helpen".

Scherfvest

Eerder op de dag bracht Kamp een bezoek aan Deh Rawod, de verst afgelegen Nederlandse basis. De tocht ging per helikopter met open deuren. De minister zat met helm en scherfvest vlak achter de boordschutter. Evenals op de bases in Kandahar en Tarin Kowt nam de minister uitgebreid afscheid van "zijn" manschappen.

Kamp was diep onder de indruk van de samenwerking met het lokaal bestuur en de leden van het Afghaanse leger die door de Nederlanders begeleid worden. Het doel om de harten van de mensen te winnen, lijkt te werken. Volgens Kamp is de combinatie van hulp aan de bevolking en tegelijk de Taliban aanpakken de sleutel tot succes. Dit is belangrijk omdat er aanwijzingen zijn dat Talibanstrijders zich aan het verzamelen zijn voor een aanval.