BAGDAD - Een aanslag met een zware vrachtwagenbom heeft zaterdag in het centrum van de Iraakse hoofdstad Bagdad zeker 135 mensen het leven gekost. Driehonderd personen raakten gewond toen de truck vlakbij een markt ontplofte. De politie waarschuwde dat het dodental nog verder kan oplopen.

De vrachtauto was volgens de regering geladen met een ton explosieven. Het is de zwaarste aanslag in het door burgeroorlog geteisterde Arabische land dit jaar. Een aanslag op 22 januari, op een andere markt in de stad, kostte 88 mensenlevens. De zwaarste aanslag sinds de Amerikaanse invasie in 2003 was vorig jaar november toen in Sadr City ruim tweehonderd doden vielen.

Hulpverleners reden na de ontploffing, waardoor ook nabijgelegen gebouwen instortten, talloze lichamen weg op vrachtwagens. Ziekenhuizen in de omgeving wezen gewonden door naar andere ziekenhuizen omdat ze het aantal slachtoffers niet meer aankonden.

Chaotisch

De reddingsactie verliep chaotisch. Woedende omstanders gooiden stenen naar agenten en hielden enige tijd ambulances tegen toen het gerucht ging dat in een ambulance nog een bom zou zitten. Enkele uren na de aanslag lagen nog steeds slachtoffers onder de puinhopen.

De explosie in de voornamelijk door sjiieten bewoonde wijk Sadriya kwam vlak voor het invallen van de duisternis. Op dat moment zijn de markten in de miljoenenstad vaak vol met mensen die nog voor het ingaan van het nachtelijke uitgaansverbod inkopen willen doen. Iraakse markten zijn steeds vaker doelwit van opstandelingen omdat de kans dat er veel slachtoffers vallen groot is.

Eenheid

Kort voor de aanslag had de belangrijkste sjiitische geestelijke, grootayatollah Ali al-Sistani, opgeroepen tot nationale eenheid. "Iedereen weet de noodzaak om eensgezind te zijn en de sektarische spanning af te wijzen", aldus Sistani vanuit de zuidelijke stad Najaf.

Een rapport van de Amerikaanse inlichtingendiensten omschreef het conflict in Irak vrijdag als een "burgeroorlog" en "toenemend riskant".

Aanhangers Saddam

De Iraakse premier Nuri al-Maliki zei dat aanhangers van Saddam Hussein verantwoordelijk zijn voor de aanslag. Een woordvoerder van de Iraakse regering zei dat de helft van de aanslagplegers uit Syrië komen.

De explosie in Bagdad volgde op een serie aanslagen in zeker zes andere steden. In het etnisch gemengde Kirkuk in het noorden van Irak gingen binnen twee uur tijd zeven bommen af, waardoor zestien mensen zouden zijn omgekomen en een reeks anderen gewond raakte.

Twee ervan waren gericht tegen vestigingen van Koerdische politieke partijen. Gewapende mannen doodden verder zes politiemannen bij een politiepost niet ver van het voornamelijk soennitische Samarra, tachtig kilometer ten noorden van Bagdad.