BREDA - In de voormalige woning van de 22-jarige verdachte van de moord op de 8-jarige scholier Jesse Dingemans in Hoogerheide is bloed gevonden. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft middels DNA-onderzoek vastgesteld dat het bloed van het slachtoffer is.

Bekijk video

Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) vrijdag bekendgemaakt.

Ook is bloed van het slachtoffer op een horloge en een ring aangetroffen in een vuilniszak in de buurt van de voormalige woning van de verdachte Hagenaar. Getuigen hebben de verdachte kort na de moord de vuilniszak zien verstoppen. In de vuilniszak zat ook een mes.

Jas

De vuilniszak is op aanwijzingen van getuigen vrijwel direct na de moord in beslag genomen. Het NFI onderzoekt of dit mes bij de moord is gebruikt. Eerder had het NFI al vastgesteld dat op de jas van C. bloedsporen van het slachtoffer zaten.

De verdachte blijft ontkennen iets met de moord te maken te hebben. De politie en het OM zien Julien C. momenteel als enige verdachte van de moord.

Het onderzoek is nog in volle gang. De verdachte, die kort na de moord werd aangehouden, wordt binnenkort onderzocht in het Pieter Baan Centrum, de psychiatrische observatiekliniek van het ministerie van Justitie in Utrecht.

Letsel

C. werd kort na de moord op het jongetje in basisschool de Klim-Op aangehouden. Hij zou de 8-jarige met een mes om het leven hebben gebracht. Het jongetje had de aula van zijn school verlaten om iets op te halen in zijn klaslokaal toen hij een man tegen het lijf liep. Kort daarna werd de leerling dood gevonden met ernstig letsel in de halsstreek.

De Hagenaar is eerder veroordeeld. In april 2004 kreeg hij twee jaar cel, waarvan een half jaar voorwaardelijk, voor een gewelddadige overval op een supermarkt in Breda. Daarbij werd gebruikgemaakt van een neppistool.

Daders

De verdachte zegt te weten wie de moord heeft gepleegd. Hij heeft verklaard dat de daders drie mannen zijn die hem bedreigden. Volgens C. hebben de drie hem op de dag van de moord vastgehouden en gedreigd zijn halfbroertje iets aan te doen, die in dezelfde klas zat als Dingemans. Daarna zouden zij naar de basisschool zijn gegaan, waar de mannen zich in het slachtoffer zouden hebben vergist.

Volgens het OM hebben twee van de drie door C. genoemde mannen een sluitend alibi voor die dag. C. heeft de derde man vaag omschreven. Die is het OM niet op het spoor gekomen.