UTRECHT - Vrijwilligers die met kinderen werken moet kunnen aantonen dat zij in het verleden geen zedendelicten hebben gepleegd. Dat bepleit de koepel van vrijwilligersorganisaties in Nederland. De koepelorganisatie studeert op een bewijs van goed gedrag voor vrijwilligers.

Dat zei vice-voorzitter Els Berman van de Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) zaterdag naar aanleiding van berichtgeving in NRC Handelsblad. Bij de koepel zijn zo'n vierhonderd vrijwilligersorganisaties aangesloten, waaronder Scouting Nederland en Youth for Christ.

Zedendelinquenten

Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie kondigde deze week aan dat hij de regels aanscherpt voor zedendelinquenten die professioneel met kinderen werken.

Personen die in het verleden een zedendelict hebben gepleegd, kunnen moeilijker komen aan een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), beter bekend als een bewijs van goed gedrag. Een VOG is verplicht voor diverse beroepen, waaronder dat van onderwijzer.

Betrouwbaar

"Wij willen voorkomen dat iemand die op grond van zijn verleden niet voor de klas mag staan, wel met kinderen kan werken als vrijwilliger", aldus Berman.

"Op de een of andere manier willen wij kunnen achterhalen of iemand betrouwbaar is. Want ouders moeten erop kunnen rekenen dat het veilig is wanneer zij hun kinderen op zomerkamp sturen."

Scouting

De NOV discussieert sinds afgelopen zomer over een oplossing voor het probleem. Aanleiding vormde een incident bij de scouting.

"Dat hebben we toen breder getrokken. Want er is meer aan de hand dan feitelijk wordt bericht."

De vrijwilligersorganisaties worstelen nog met de uitwerking van een bewijs van goed gedrag voor hun medewerkers. Het bepleiten van een VOG voor vrijwilligers leidt tot bureaucratie en kan personen ten onrechte uitsluiten. "Te denken valt aan een soort zwarte lijst. Maar ook daar zitten in de praktijk haken en ogen aan."