DEN HAAG - Het gerechtshof in Den Haag heeft na de nodige aarzelingen de rapportage van een vijfde gedragsdeskundige betrokken in het proces tegen Richard H., die vorig jaar door de rechtbank werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens moord op zijn echtgenote en twee dochtertjes.

H. (35) bracht zijn gezin om het leven in zijn woning in Zoetermeer. Hij begroef de slachtoffers in een bos in Brabant en gaf hen enkele dagen later als vermist op. Tien dagen later arresteerde de politie hem als verdachte, waarna H. de gruwelijke feiten bekende.

Automatiseerder H. tekende tegen zijn veroordeling hoger beroep aan. "Omdat ik nog steeds niks van mezelf begrijp", zei hij dinsdag tegen het hof. "Mijn straf biedt geen perspectief op inzicht in mezelf."

H. hoopt dit inzicht te verkrijgen in een tbs-kliniek. Hij hoopt dat het hof zijn levenslange celstraf zal omzetten in een tijdelijke en hem de tbs-maatregel zal opleggen.

Gedragsdeskundigen

De rechtbank vond daarvoor geen enkele aanleiding. Vier gedragsdeskundigen hebben de psyche van H. uitvoerig tegen het licht gehouden.

Drie van hen konden daarin geen noemenswaardige gebreken ontdekken en hielden H. voor volledig toerekeningsvatbaar. De vierde zag een persoonlijkheidsstoornis.

De twee advocaten van H., J. van den Bosch en C. Noorduyn, vroegen forensisch psychologe C. de Ruiter hun cliënt eveneens te onderzoeken.

Zij constateerde wel dat er het nodige mis is met de geestvermogens van H. en acht hem sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Het hof zal De Ruiter 13 maart als getuige-deskundige horen.

Uitweg

Het hof nam dinsdag met H. de feiten door. H. houdt vol dat hij destijds, in april 2005, geen andere uitweg zag dan zijn gezin te vermoorden.

Zijn vrouw (31) en twee dochtertjes (drie en vijf jaar oud) stonden zijn geluk, dat hij hoopte te vinden in een relatie met een Poolse 'webcamgirl', in de weg.

De Poolse kwam in het weekend van 9 en 10 april 2005 bij hem op bezoek. In de nacht van 6 op 7 april doodde hij zijn gezinsleden. Hij had diverse stiekeme relaties.

Ingeving

H. houdt vol dat zijn diabolische daad hem pas op het allerlaatste moment werd ingegeven, nadat hij had liggen 'malen' in bed. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat hij het moordplan al maanden eerder heeft uitgewerkt.

Na de moorden zegt H. "in paniek" te werk zijn gegaan bij het wissen van de sporen en verbergen van de stoffelijke overschotten.

Alles wijst er volgens justitie echter op dat er in plaats van paniek sprake is geweest van uiterste koelbloedigheid.

De zaak wordt op 13 maart voortgezet.