Rechtszaak 'meisje van Nulde' voortgezet

ZUTPHEN - Bijna een half jaar na de eerste rechtszitting over de gewelddadige dood van Rowena, buigt de rechtbank in Zutphen zich maandag en dinsdag opnieuw over de zaak. Moeder W.R. en haar vriend M.J. worden verdacht van de moord op het 4-jarige meisje en het verbergen van haar lijkje. De rechtbank wees de zaak eind juli terug naar de rechter-commissaris, omdat er nog een aantal getuigen moest worden gehoord.

Ook wilde de rechtbank meer weten over de kans dat de moeder zich nog een keer aan een dergelijk misdrijf schuldig maakt. Volgens deskundigen van het Pieter Baan Centrum bestaat daarop in bepaalde omstandigheden een risico. Om dit verder te onderzoeken, gelastte de rechtbank een contra-expertise.

Rowena werd in augustus 2001 bekend als 'het meisje van Nulde' nadat voorbijgangers op strand Nulde een rompje van een onbekend meisje aantroffen. Kort na deze vondst werd op de kade van de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland een kinderhoofdje aangetroffen. Een handje is het laatst gevonden lichaamsdeel van het meisje. Dat spoelde in oktober 2001 in het Veluwemeer bij Harderwijk aan. Eind oktober presenteerde de politie het gereconstrueerde hoofdje van het 'meisje van Nulde'.

Meisje van Nulde

Op 4 december maakte de politie bekend dat het om Rowena R. ging. De moeder van het meisje en de vriend waarmee ze samenwoonde, waren inmiddels samen met het 3-jarige zusje Rochelle vertrokken naar Spanje waar ze op 18 december werden aangehouden. Sinds eind januari 2002 zit het tweetal in voorlopige hechtenis in Nederland.

In stukken zagen

Tijdens de politieverhoren verklaarde de 33-jarige J. Rowena zo te hebben mishandeld, dat zij als gevolg daarvan op 15 augustus overleed. Hij legde haar lijkje in de vriezer. J. zou later haar hoofdje, de handen, armen, voeten en benen van het rompje hebben gezaagd. Deze bekentenissen trok hij voor de rechtbank eind juli weer in. J. beweerde toen dat iemand anders op zijn verzoek Rowena in stukken had gezaagd.

Wie dat is geweest, wilde hij niet zeggen. Volgens het Pieter Baan Centrum was J. enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. Om herhaling te voorkomen, zou hij tbs met dwangverpleging moeten krijgen.

De 26-jarige moeder zei voor de rechtbank dat de dood van Rowena wel bijna het gevolg moet zijn geweest van de mishandelingen door R. Zij wist dat haar vriend Rowena na haar dood in de vriezer had gelegd, maar niet dat het meisje in stukken was gezaagd. Ook verklaarde R. niet te hebben geweten dat verschillende lichaamsdelen op een aantal plekken zijn gedumpt, ook al was ze meegereden. R. beviel vorig jaar tijdens haar voorarrest van een derde kindje. Ze wil niet dat J. hun kind ziet.

Stelselmatige mishandeling

Volgens het Openbaar Ministerie werd Rowena stelselmatig geestelijk en lichamelijk mishandeld. Het meisje werd geslagen, maar ook met kleren aan onder de koude douche gezet, geboden rechtop in bed te blijven zitten en mocht ze niet slapen.

Voogdij

Na de aanhouding van het tweetal ontstond er getouwtrek over de opvang van Rochelle, het jongere zusje van Rowena. De kinderrechter bepaalde medio vorig jaar dat ze moest worden opgenomen in een psychiatrisch kinderziekenhuis. Het bezoekrecht van vader Martin Huisman is onlangs uitgebreid. Hij wil het ouderlijk gezag hebben over zijn 4-jarige dochter. De rechter heeft besloten hier pas een beslissing over te nemen als de strafzaak tegen moeder R. is afgehandeld.

Tip de redactie