AMSTERDAM - Maatregelen om geweld van voetbalsupporters te bestrijden hebben niets geholpen. Ze hebben niet geleid tot afname van geweld maar tot onbedoelde veranderingen in het hooliganisme. Dat stelt de socioloog Ramón Spaaij, die het geweld van voetbalfans van zes Europese clubs vergeleek. Spaaij promoveert op 16 januari aan de Universiteit van Amsterdam.

Het geweld is niet afgenomen, maar is verplaatst van de stadions naar andere locaties en tijdstippen, concludeert Spaaij na onderzoek bij Feyenoord, Sparta, West Ham United, Fulham, FC Barcelona en Espanyol. De hooligans zijn er daarnaast in geslaagd strategieën te ontwikkelen om beleidsmaatregelen te omzeilen.

Stijl

Volgens Spaaij blijkt bovendien dat voetbalclubs en politieteams een eigen informele stijl van aanpak hanteren, die mede afhankelijk is van lokale interpretaties en prioriteiten. Die stijl kan botsen met het officiële beleid en de effectiviteit ervan sterk verminderen.

Feyenoord, een van de clubs die Spaaij volgde, werd vorige maand wegens supportersgeweld door de Europese voetbalbond (UEFA) bestraft. De Rotterdammers kregen een voorwaardelijke straf van twee Europese thuisduels zonder publiek met een proeftijd van drie jaar, omdat aanhangers in en rond het stadion van Nancy vernielingen hadden aangericht. Daarnaast kreeg Feyenoord een geldboete opgelegd van 125.000 euro.

Traangas

Bij Feyenoord was bekend dat supporters met een stadionverbod voor de UEFA-bekerwedstrijd naar Frankrijk zouden afreizen en de club had dat ook aan de Fransen laten weten. De zogenaamde niet-geregistreerde aanhang raakte 's middags in de stad al slaags met de Franse politie. De groep werd vervolgens het stadion in gedreven, waar het later op de avond opnieuw misging. De Franse politie moest traangas gebruiken om de meute in bedwang te houden. De scheidsrechter onderbrak het duel een half uur.