ROTTERDAM - De raadkamer van de rechtbank in Rotterdam heeft dinsdag de voorlopige hechtenis van drie vermeende terroristen niet opgeheven. De advocaten van deze verdachten hadden verzocht om het vrijlaten van hun cliënten uit voorarrest in het verlengde van een eerder vonnis van deze rechtbank op 18 december.

Toen spraken rechters in Rotterdam vier mannen vrij van betrokkenheid bij het voorbereiden van een terroristische aanslag op de Amerikaanse ambassade in Parijs.

De rechtbank meende in deze laatste zaak dat er geen rechtmatige gronden zijn geweest om de verdachten aan te houden en bij hen huiszoekingen te doen. Want nadat justitie informatie van de toenmalige BVD kreeg, deed het Openbaar Ministerie (OM) zelf geen strafrechtelijk onderzoek voordat het tot de arrestaties en huiszoekingen overging. En dat had volgens de rechtbank in Rotterdam wel moeten gebeuren.

Op dit moment lopen er in Nederland nog onderzoeken naar twee andere groepen vermeende terroristen. Ook in deze zaken heeft het OM aanhoudingen en huiszoekingen laten verrichten, op basis van de informatie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), voorheen BVD.

Maar in deze zaken heeft de landelijk officier van justitie die is belast met het bestrijden van terrorisme, de informatie van de AIVD wel getoetst. Bij de vier verdachten die op 18 december werden vrijgespoken was dat niet het geval, zo meent de raadkamer van de rechtbank in Rotterdam.