Nederland wil onderzoek naar tsunami-geld

AMSTERDAM - Zeven westerse landen waaronder Nederland vermoeden dat geld dat ze doneerden aan Thailand voor het identificeren van de slachtoffers van de tsunami, voor andere doeleinden is aangewend.

Dat heeft een medewerker van de Amerikaanse ambassade in Bangkok maandag gezegd op de gebruikelijke voorwaarde van anonimiteit. De landen hebben een brief gestuurd naar de Thaise politie waarin wordt gevraagd om een onderzoek.

Een niet bij name genoemde diplomaat zei tegen het blad The Nation, dat een kopie van de brief op zijn website heeft gezet, dat mogelijk 60 procent van de 1,6 miljoen dollar die was bestemd voor het centrum dat de tsunami-slachtoffers in Thailand identificeert, gebruikt is voor reiskosten en allerlei andere uitgaven. Behalve Nederland gaven ook de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Finland, Duitsland, Zweden en Frankrijk geld aan het centrum.

De voorzitter van het identificatiecentrum, politiegeneraal Ajirawit Suphanaphesat, erkende dat er zorgen zijn dat geld is gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor het was bestemd, maar zei dat de schuld ligt bij de buitenlandse commissies die tot afgelopen mei het geld beheerden. In die maand kreeg de politie het beheer over het overgebleven bedrag, 800.000 dollar. De politie valt niets te verwijten, aldus Ajirawit.

Op dinsdag 26 december is het precies twee jaar geleden dat de tsunami toesloeg. De lijken van zo'n 350 Thai en tientallen buitenlanders zijn nooit gevonden.

Tip de redactie