Deel geurproeven politiehonden ongeldig verklaard

HILVERSUM - Alle identificatieproeven op basis van geur door een politiehond die sinds september 1997 zijn gedaan in Noord- en Oost-Nederland, mogen niet meer worden gebruikt als strafrechtelijk bewijs. Dat heeft het college van procureurs-generaal eind november aan zeven parketten in die regio geschreven.

De Rijksrecherche begon eerder die maand een oriënterend strafrechtelijk onderzoek naar het uitvoeren van de zogeheten geursorteerproef door de politiekorpsen in Noord- en Oost-Nederland. Justitie vermoedt dat de hondenbegeleiders de proeven niet volgens de protocollen hebben uitgevoerd.

Het actualiteitenprogramma NOVA citeerde donderdagavond uit de brief van de top van het Openbaar Ministerie (OM). Een woordvoerder van het college bevestigde dat de parketten Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Assen, Almelo, Leeuwarden en Groningen te horen hebben gekregen dat geen van de resultaten van de proeven tussen september 1997 en maart 2006 als strafrechtelijk bewijs kan worden gebruikt. Dat gebeurde naar aanleiding van twee arresten van het gerechtshof in Leeuwarden.

Herziening

Strafrechtdeskundigen verwachten volgens NOVA dat diverse veroordeelden bij de Hoge Raad zullen aankloppen en om herziening van hun zaak vragen. In oktober kwamen twee mannen die waren veroordeeld voor een overval op vrije voeten, omdat tijdens hun zaak in hoger beroep voor het Leeuwarder hof was gebleken dat de geursorteerproef ondeugdelijk was uitgevoerd.

Het is onbekend om hoeveel foute proeven het in de betrokken politieregio's gaat. Volgens de woordvoerder van het college van procureurs-generaal is in hooguit honderden zaken in het noorden en oosten van het land in de afgelopen jaren een geurproef gedaan. Het is echter nog niet te zeggen in hoeveel zaken de resultaten van de proeven ook aan het procesdossier zijn toegevoegd en als steunbewijs van belang zijn geweest, aldus de zegsman. Dat moet volgens hem blijken uit het onderzoek van de Rijksrecherche, dat nog enige tijd zal duren.

Bewijs

Hij benadrukte verder dat geurproeven een kleine schakel zijn in het hele proces van bewijsvoering en waarheidsvinding. Een geurproef is volgens hem nooit een hoofdbewijs, maar altijd een steunbewijs.

Volgens advocaat Geert-Jan Knoops gaat het waarschijnlijk om vele honderden strafzaken waarin de geurproef is gebruikt als steunbewijs of als prominenter bewijsmiddel. "Ik denk dat je met redelijke zekerheid kan stellen dat er vele mensen op dit moment onschuldig vastzitten of in ieder geval ten onrechte zijn veroordeeld op grond van dit opsporingsmiddel", zei hij in NOVA.

De Raad van Hoofdcommissarissen gaf de politiekorpsen half november de opdracht na te gaan of bij geursorteerproeven met politiehonden de daarvoor geldende regels worden toegepast.

Tip de redactie