DEN HAAG - De commissie die in opdracht van het kabinet onderzoek heeft gedaan naar de beveiliging van Pim Fortuyn, heeft vooraf de garantie gekregen dat de staat eventuele schadeclaims voor zijn rekening neemt. Voorwaarde was wel dat het eindrapport van de commissie onder leiding van de oud-rechtbankpresident Van den Haak, eerst werd voorgelegd aan de landsadvocaat. Dat heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken zaterdag bevestigd.

Volgens de woordvoerder van de commissie heeft de toets van de landsadvoctaat slechts tot "marginale aanpassingen" geleid. Het ging vooral om wijzigingen in de privésfeer, die geen enkele invloed hebben gehad op de conclusies van de commissie, aldus de woordvoerder.

Riskant seksueel gedrag

De commissie-Van den Haak maakt zelf in het rapport duidelijk dat zij rekening heeft willen houden met de privacy en de naam van Fortuyn, die op 6 mei werd vermoord. Het riskante seksuele gedrag van Fortuyn voordat hij de politiek in ging is bijvoorbeeld wel omschreven, maar niet inhoudelijk beschreven.

Schade

De vrijwaringsverklaring vond de commissie nodig om het risico af te dekken dat individuele leden aansprakelijk gesteld zouden worden voor eventuele schade aan de naam en faam van Fortuyn. Die persoonlijke aansprakelijkheid, ook al werkt een commissie in opdracht van het kabinet of de Tweede Kamer, werd dit jaar bevestigd in een arrest van de Hoge Raad. De raad stelde vast dat de Amsterdamse criminoloog H. van de Bunt persoonlijk aansprakelijk gesteld kon worden voor eventuele schade die een Amsterdamse advocaat had geleden door het onderzoek van de IRT-enquête. Van de Bunt werkte als onderzoeker voor de IRT-commissie van de Tweede Kamer.

Rechter

Marten Fortuyn neemt geen genoegen met de uitleg van de commissie. De broer van de vermoorde politicus wil opheldering van minister Remkes van Binnenlandse Zaken. Ook gaat hij Van den Haak vragen om een kopie van de ongekuiste versie van het rapport. Desnoods stapt hij daarvoor naar de rechter, zei hij zaterdag in het Radio 1 Journaal.