Grote groep Irakezen beschermd tegen uitzetting

DEN HAAG - Asielzoekers uit Centraal- en Zuid-Irak worden voorlopig niet teruggestuurd naar hun land van herkomst. Het is in deze delen van Irak zo onveilig dat de vreemdelingen hier in aanmerking komen voor bescherming.

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft in de nacht van woensdag op donderdag een motie gesteund waarin SP-Kamerlid Jan de Wit vraagt om categoriale bescherming voor deze groep Irakezen.

De motie werd gesteund door de linkse partijen, evenals de kleine christelijke partijen. Het verzoek geldt niet voor asielzoekers uit Noord-Irak.

Bescherming

Nederland biedt sinds januari dit jaar niet meer vanzelfsprekend bescherming aan asielzoekers uit Irak. Onterecht, meent De Wit, omdat minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken zelf heeft aangegeven dat de veiligheidssituatie in Irak "van grote zorg is". Bovendien roept de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties landen op om uitgeprocedeerde asielzoekers niet uit te zetten naar Centraal- of Zuid-Irak.

Verblijfsvergunning

Een groep van 181 asielzoekers uit Syrië kan een verblijfsvergunning tegemoet zien, nadat een nipte meerderheid in de Kamer een voorstel hiertoe van eveneens de SP steunde.

Informatie over de asielachtergrond van een aantal van deze vreemdelingen is in handen gekomen van Syrische ambtenaren. Dat zou gevaar kunnen opleveren bij hun terugkeer naar Syrië.

Tip de redactie