Tsunami-geld vooral naar opbouw

UTRECHT - De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) hebben een bestemming gevonden voor het grootste deel (94 procent) van de opbrengst van de nationale hulpactie voor de slachtoffers van de tsunami op Tweede Kerstdag 2004.

Ruim 60 procent van het geld is daadwerkelijk besteed, vooral aan wederopbouwprojecten in de getroffen landen in Azië. Dat hebben de SHO woensdag bekendgemaakt.

Verwoestingen

De tsunami, opgewekt door een zware zeebeving voor de kust van het Indonesische eiland Sumatra, richtte op 26 december 2004 enorme verwoestingen aan langs de kusten van de Indische Oceaan. Ongeveer 230.000 mensen vonden de dood door de nietsontziende vloedgolven.

De ramp was aanleiding tot de grootste internationale hulpoperatie in de geschiedenis. De hulpactie in Nederland leverde 211 miljoen euro op, inclusief de rente die de afgelopen twee jaar is ontvangen. Daarvan is 2,6 miljoen opgegaan aan fondsenwerving, communicatie en administratie.

Projecten

Voor de uitvoering en coördinatie van de hulpprojecten is 10 miljoen euro uitgetrokken. Van het overgebleven bedrag was eind oktober 94 procent (185 miljoen) toegewezen aan projecten.

De nadruk bij de wederopbouw ligt op huisvesting en levensonderhoud. Met het geld dat Nederland bijeen heeft gebracht zijn 12.500 huizen gebouwd. Circa 350.000 mensen hebben werk of een opleiding gekregen. Ruim driehonderd scholen zijn hersteld of opnieuw gebouwd.

Bomen

Ook hebben de hulporganisaties ruim 3,5 miljoen nieuwe bomen geplant als natuurlijke bescherming van de kustlijn.

De SHO, waarin zeventien Nederlandse hulporganisaties samenwerken, denken op 31 december voor al het geld een bestemming te hebben gevonden. Zij schatten dat de hulp uiteindelijk circa drie miljoen mensen zal hebben bereikt.

Indonesië

Het meeste geld is naar Indonesië gegaan, het land dat met circa 130.000 doden het zwaarst werd getroffen, gevolgd door Sri Lanka en India.

Het opgelaaide geweld tussen het leger en de Tamil Tijgers hebben het afgelopen jaar de hulpverlening in Sri Lanka bemoeilijkt, schrijven de SHO in hun verslag. In Indonesië en India is de wederopbouw vertraagd doordat de tsunami bouwgrond en infrastructuur heeft verwoest.

Ook verloopt de coördinatie van de hulp niet altijd soepel omdat in de getroffen landen veel verschillende organisaties actief zijn.

Tip de redactie