DEN HAAG - Het valt de inlichtingendiensten niet te verwijten dat zij Mohammed B. niet eerder hebben herkend als een mogelijke aanslagpleger. De moordenaar van cineast Theo van Gogh heeft zich onverwacht ontpopt tot een radicale moslimextremist.

Dit gebeurde snel of afgeschermd van de buitenwereld, waardoor de inlichtingendienst AIVD de radicalisering niet kon opmerken. Dat stelde minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) dinsdag in een evaluatie van de moord op Van Gogh.

De Tweede Kamer had er vorige maand bij hem op aangedrongen zo spoedig mogelijk met een terugblik op de gang van zaken te komen. De AIVD had Mohammed B. voor de moord op 2 november 2004 wel opgemerkt, maar dichtte hem geen leidende rol toe binnen een terreurnetwerk in Nederland.

De dienst ging ervan uit dat hij slechts een faciliterende rol speelde, bijvoorbeeld door zijn huis open te stellen voor bijeenkomsten. ,,Hij was niet aantoonbaar bezig met handelingen die duidden op het voorbereiden van aanslagen.''

Voortrekkersrol

Aan de hand van de informatie die in het strafrechtelijk onderzoek na de moord werd vergaard, kan worden geconcludeerd dat Mohammed B. wel degelijk een voortrekkersrol speelde binnen de Hofstadgroep, waartoe hij behoorde.

Remkes waarschuwt echter dat de conclusies uit langdurig en intensief strafrechtelijk onderzoek niet zonder meer kunnen worden vergeleken met de constateringen van een inlichtingendienst, die vooraf risico's moet inschatten.

De AIVD had in de periode voor de moord op Van Gogh het vermoeden dat andere personen een concrete terreurdreiging vormden. De dienst koos ervoor zich volledig te richten op hen.