Haatpropaganda kan harder aangepakt

DEN HAAG - De politie en het Openbaar Ministerie (OM) moeten haatpropaganda harder aanpakken. Het is nodig racisten en haatzaaiers voortvarender te vervolgen, zeker omdat het internet steeds meer wordt gebruikt als vrijplaats voor uitingen van haat.

Dat staat in een onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie heeft de bevindingen dinsdag naar de Tweede Kamer gestuurd. Zijn opvolger in het nieuwe kabinet zal hiermee aan de slag gaan.

Godslastering

Justitie had na de moord op Theo van Gogh toegezegd te bekijken of belediging en godslastering ruimer strafbaar moeten worden gesteld. De Radboud-onderzoekers concluderen nu dat de bestaande wetgeving en rechtspraak voldoende ruimte bieden voor vervolging.

Met name het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft daaraan bijgedragen, door diverse malen beperkingen te stellen aan de uitingsvrijheid.

Minderwaardig

Het recht op uitingsvrijheid gaat niet op als mensen alleen maar haat willen zaaien. Datzelfde geldt voor uitspraken waarmee personen minderwaardig worden verklaard omdat zij een bepaalde godsdienst aanhangen.

Internet

Politie en het OM moeten dit soort uitlatingen aanpakken als deze geen zinnige bijdrage leveren aan het publieke debat, aldus de onderzoekers. Daarbij moet scherp gekeken worden naar het internet, waar strafbare uitingen momenteel nagenoeg ongemoeid worden gelaten. Directe oproepen tot geweld op zowel extreemrechtse sites als radicale moslimsites zijn daar voorbeelden van.

Tip de redactie