DEN HAAG - Ruim de helft van de Nederlandse jongeren (55,7 procent) heeft het afgelopen jaar een delict gepleegd. Het gaat daarbij vooral om kleine vergrijpen zoals zwartrijden in het openbaar vervoer en slaan.

Jongeren in grote steden maken zich vaker schuldig aan een delict dan leeftijdsgenoten die in minder stedelijke gebieden wonen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie, waarover dagblad Trouw maandag berichtte. Het onderzoek is gedaan onder 1460 jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 17 jaar. Zij mochten de vragenlijst zelf invullen.

Licht vergrijp

WODC-directeur F. Leeuw constateert aan de hand van het onderzoek dat het redelijk goed gaat met de jongeren. Een groot deel van de jongeren pleegt immers geen delicten. En als ze wel over de schreef gaan, betreft het vaak een licht vergrijp, aldus de directeur.

Vuurwerk

Zwartrijden is al jaren op rij het meest gepleegde delict. Verder wordt vuurwerk afsteken buiten de toegestane periode veel genoemd in het nieuwe WODC-onderzoek.

Wanneer deze twee overtredingen niet worden meegerekend, geeft twee vijfde van de jongeren aan in de afgelopen twaalf maanden over de schreef te zijn gegaan. In dat rijtje scoren slaan, stelen van school of werk en iemand uitschelden wegens zijn huidskleur hoog.

Misstappen

Van alle jongeren wordt bijna 30 procent tot de groep licht-delinquenten gerekend en een op de tien tot de zwaar-delinquenten. De overige jongeren begaan geen misstappen of uitsluitend kleine overtredingen.

Jongens begaan vaker een delict dan meisjes. Naarmate de ernst van het vergrijp toeneemt, stijgt ook het percentage jongens dat zich er schuldig aan maakt. In het algemeen plegen bijna anderhalf keer meer jongens een delict dan meisjes.

Verschillen

Uit het WODC-rapport blijkt verder dat er tussen autochtone en allochtone delictplegers nauwelijks verschil zit. Het centrum constateert dat de verschillen tussen jongeren wat dat betreft afnemen.