'Britse regering geloofde nooit in dreiging Saddam'

LONDEN - De Britse regering heeft nooit geloofd dat de Iraakse president Saddam Hussein een bedreiging vormde voor Groot-Brittannië en heeft de Verenigde Staten gewaarschuwd voor de chaos die zou volgen op de omverwerping van het regime.

Dat blijkt uit de getuigenis van een voormalige Britse diplomaat bij de Verenigde Naties, die nauw betrokken was bij de onderhandelingen over de invasie in Irak.

In totale tegenspraak met de uitlatingen van premier Tony Blair en diens regering, getuigde de oud-diplomaat Carne Ross achter gesloten deuren voor een Britse parlementaire onderzoekscommissie. Die publiceerde de weergave van de getuigenis vrijdag op haar website.

Ross zag vier jaar lang dagelijks de informatie van veiligheidsdiensten over Irak en sprak uitgebreid met VN-wapeninspecteurs. "Op geen enkel moment heeft de regering vastgesteld dat Iraakse massavernietigingswapens een bedreiging vormden voor Groot-Brittannië, in tegendeel. Tegelijkertijd bepleitten we, als de Amerikanen erover begonnen, dat een verandering van regime niet aan te raden was, vooral omdat dat Irak in chaos zou doen storten."

Ross verklaarde voor de commissie van Lord Butler dat de opstelling van Blairs regering niet voortkwam uit nieuw bewijs over de dreiging die Saddam zou vormen. "Wat veranderde was het vaste voornemen van de regering om alle beschikbare bewijs in een ander licht te presenteren", aldus Ross.

Tip de redactie