HAARLEM - "Mijn medeverdachte dwong me ertoe aanwezig te zijn bij die moord. Anders zou hij mijn familie vermoorden." Dat verklaarde de 27-jarige T.N. uit Spaarndam vrijdag bij de rechtbank in Haarlem, waar zij terecht stond voor twee moorden.

Een van de twee wordt de 'snelkookpanmoord' genoemd.

De Spaarndamse was bevriend met de vrouw van haar medeverdachte, de 50-jarige M.Y. uit Haarlem. Zij heeft toegegeven mee te hebben geholpen op 11 november 1997 bij de moord op de 27-jarige broer van Y.

Gehaktmolen

Het hoofd van het slachtoffer werd gekookt in een snelkookpan en ontdaan van vlees. Het lichaam werd door een gehaktmolen gedraaid. De botresten zijn later langs de A15 gedumpt. Pas in 2004 zijn beide verdachten aangehouden en vastgezet.

T. ontkent de moord op haar vriendin, de echtgenote van haar medeverdachte. Het lichaam van deze vrouw is nooit gevonden.

Vriendin

Het slachtoffer zou eind 2002 om het leven zijn gebracht. "Zij was mijn beste vriendin", zei de verdachte. "Ik zou haar nooit iets aandoen."

Medegevangenen van de vrouw hebben tegen de politie verklaard dat zij tegen hen had gezegd dat ze wel bij de moord was betrokken. "Daar klopt niets van", aldus de verdachte. Ze wist zeker dat Y. zijn vrouw heeft vermoord. Hij had tegen haar gezegd dat hij haar had gewurgd.

Ontharingsmiddel

De vrouw bekende dat zij het mannelijke slachtoffer van de snelkookpanmoord in bedwang had gehouden. Zij moest hem van haar medeverdachte insmeren met een ontharingsmiddel, terwijl hij op de grond lag. De broer van Y. zou toen met een hamer op het hoofd van het slachtoffer hebben geslagen. Het motief was volgens de vrouw dat het slachtoffer zijn broer wilde ombrengen en deze hem voor wilde zijn.

Bloed

De vrouw vertelde dat haar vriendin vlak na de moord in de weer was met handdoeken om het vele bloed weg te halen. Later moest T. met de kinderen van het stel naar de speeltuin, zodat de twee het lichaam konden bewerken.

Vluchtplan

Volgens de Spaarndamse waren zij en haar vriendin doodsbang voor Y. Ze hadden een vluchtplan klaarliggen in geval van nood. De vriendinnen gebruikten steeds meer wiet en hasj om tegen de stress te zijn opgewassen, zei de vrouw.

De vrouw zegt nog steeds voor haar eigen leven te vrezen. Volgens de vrouw heeft de officier van justitie beloofd haar en haar familie in een getuigenbeschermingsprogramma op te nemen. In ruil voor strafvermindering had ze alles verklaard, beweert de vrouw. De officier ontkent dit.

Volgens deskundigen van het Pieter Baancentrum is de verdachte volledig toerekeningsvatbaar.

De zaak wordt woensdag 20 december voortgezet.