ROTTERDAM - De raadkamer van de rechtbank in Rotterdam besluit oudjaarsdag of de voorlopige hechtenis van drie vermeende terroristen wordt opgeheven. Dat heeft de raadkamer maandag in een zitting achter gesloten deuren kenbaar gemaakt.

De raadkamer behandelde maandag het verzoek van drie mannen om hun voorarrest ongedaan te maken. Justitie verdenkt de drie van betrokkenheid bij de voorbereiding van terroristische acties.

De mannen deden hun verzoek in het verlengde van een eerder vonnis van woensdag. Toen sprak de rechtbank in Rotterdam vier mannen vrij van betrokkenheid bij het voorbereiden van een terroristische aanslag op de Amerikaanse ambassade in Parijs.

De rechtbank meende in deze zaak dat er geen rechtmatige gronden zijn geweest om de verdachten aan te houden en bij hen huiszoekingen te doen. Nadat justitie informatie van de toenmalige BVD had gekregen, deed het Openbaar Ministerie namelijk zelf geen strafrechtelijk onderzoek voordat het tot de arrestaties en huiszoekingen overging. Dat had volgens de rechtbank wel moeten gebeuren.

Op dit moment lopen er nog onderzoeken naar twee andere groepen vermeende terroristen. Ook in deze zaken heeft het OM aanhoudingen en huiszoekingen laten verrichten, alleen op basis van de informatie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), voorheen BVD. Drie verdachten van deze twee andere vermeende cellen vroegen de raadkamer daarom maandag hun voorarrest op te heffen.

De rechtbank in Rotterdam behandelt de zaak tegen deze verdachten waarschijnlijk begin maart inhoudelijk. Het gaat om een cel van zes verdachten die eind augustus zijn aangehouden op verschillende plaatsen in Nederland. De andere groep bestaat uit vier Algerijnen die in april zijn opgepakt.

Een aantal van hen zou strijders hebben voorbereid voor de jihad, de oorlog tegen de vijanden van de islam. Van de overige denkt justitie dat ze zelf zijn opgeleid als strijder.

Zowel minister Donner van Justitie als OM-baas J. de Wijkerslooth gaven aan dat de uitspraak van de rechtbank in Rotterdam kwalijke gevolgen kan hebben voor het bestrijden van terroristische cellen in Nederland. Het nu voorliggende verzoek het voorarrest van drie vermeende terroristen op te heffen, is het eerste concrete gevolg van het omstreden vonnis.