DORDRECHT - De rechtbank in Dordrecht heeft de 40-jarige Itzhak M. woensdag veroordeeld tot een celstraf van acht jaar wegens afpersing van zakenman Erik de Vlieger. Dat is conform de eis.

De rechtbank acht bewezen dat de Israëliër zakenman Erik de Vlieger en een drietal andere ondernemers afperste. M. is volgens de rechtbank ook schuldig aan fraude en witwaspraktijken.

Hij troggelde De Vlieger rond de millenniumwisseling 4 miljoen gulden af. Daarna werd hij zelf 'beveiliger' van de bekende Amsterdamse zakenman.

Ontvoering

De Vlieger zou destijds onder bedreiging met een vuurwapen in een kofferbak zijn ontvoerd. De Vlieger zelf ontkent dat. Hij beweert dat zijn betaling van 4 miljoen gulden een 'gewone zakelijke afkoopsom' betrof. De rechtbank stelt echter dat voor de transactie "geen redelijke bedrijfseconomische reden is aan te wijzen". Daarnaast verwees de rechtbank naar uitspraken van De Vlieger over de ontvoering in het tv-programma Bureau Misdaad.

Volgens justitie was de kofferbakontvoering het gevolg van een ruzie na een mislukte deal rond panden in de Amsterdamse Spuistraat.

Afpersing

De rechtbank oordeelde dat M. de afpersing op geraffineerde en geduldige wijze voorbereidde. Hij investeerde veel tijd om met de slachtoffers in contact te komen en hun vertrouwen te winnen.

"Hij schiep van zichzelf het beeld van een man met wie niet viel te spotten. Dat deed hij door intimiderende verhalen te vertellen over de tijd dat hij voor de Israëlische geheime dienst werkte", aldus de rechtbank. De rechters vonden dat M. een verloederende werking heeft gehad op het zakenverkeer.

Een van de zaken betrof de afpersing van een Amsterdamse café-eigenaar. Bij die afpersing zou ook De Vlieger betrokken zijn.

Volgens een woordvoerster van het Openbaar Ministerie in Amsterdam geldt De Vlieger nog steeds als verdachte in die zaak. De officier van justitie beslist binnen een maand of De Vlieger vervolgd zal worden.

Vonnis

M. gaat tegen het vonnis in hoger beroep. De raadslieden, Leon van Kleef en Nico Meijering, liepen eind oktober bij het proces weg, omdat M. meende dat hij geen eerlijk proces kreeg. Hij wilde niet dat zijn advocaten een actieve rol in de rechtszaak speelden.

Van Kleef weet nog niet bij welk gerechtshof het hoger beroep zal dienen. Hij en zijn collega Meijering hebben betoogd dat de rechtbank in Dordrecht niet bevoegd was om de zaak te behandelen, omdat de feiten zich in en om Amsterdam hebben voorgedaan. De rechtbank in Amsterdam had geen ruimte voor het complexe proces tegen M.