DEN HAAG - Voor het eerst erkent het ministerie van Verkeer en Waterstaat onomwonden dat het achterstallig onderhoud aan rails, wissels en bovenleiding groter is dan gedacht en wellicht extra investeringen vergt. Onderzoeken van Twijnstra Gudde en Railinfrabeheer wezen eerder al op een miljardenachterstand.

Minister De Boer (Verkeer) heeft vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat "het probleem ten aanzien van het onderhoud op het spoor toch groter zou kunnen zijn dan wij dachten". Dit blijkt volgens hem uit een analyse van Railinfrabeheer en een andere vervolgstudie, die hij heeft laten uitvoeren. Hij wil de documenten echter nog niet vrijgeven, omdat hij op een 'second opinion' wacht.

De Boer waarschuwt de Kamer in de brief dat investeringen in de aanleg van nieuw spoor de dupe kunnen worden als er extra geld nodig is voor onderhoud. Het Rijk is verantwoordelijk voor de staat van het spoor en heeft daardoor ook invloed op de vertragingen van de NS-treinen.

Het kabinet-Balkenende trok dit jaar 300 miljoen euro extra uit voor het spooronderhoud, dat volgens veel Kamerleden onder oud-minister Netelenbos (Verkeer) verwaarloosd is. Directeur B. Klerk van Railinfrabeheer stelde op prinsjesdag als dat de investering veel te mager was, omdat er minstens 1,8 miljard euro nodig zou zijn.

Vorig jaar raamde onderzoeksbureau Twijnstra Gudde de onderhoudsachterstand op 1,4 miljard euro. Dit onderzoek was een opdracht van de Tweede Kamer, die ontevreden was over de informatievoorziening van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het departement nam de conclusie van Twijnstra Gudde niet over, maar noemde ook geen ander exact bedrag voor de onderhoudsachterstand.