AMSTERDAM - In het extra beveiligde gerechtsgebouw in Amsterdam-Osdorp doet de rechtbank vrijdag uitspraak in het zogeheten Piranha-proces, de zaak rond Samir A. en vijf medeverdachten. Justitie beschuldigt hen ervan dat zij een terroristische organisatie hebben gevormd, die zich had bewapend en van plan was aanslagen te plegen op politici en het gebouw van de inlichtingendienst AIVD in Leidschendam.

Het Openbaar Ministerie eiste vorige maand vijftien jaar gevangenisstraf tegen de 20-jarige Samir A. en medeverdachte Mohammed C. Beiden worden gezien als kernleden van de organisatie. Dat geldt ook voor Nouriddin El F., tegen wie het OM twaalf jaar eiste. De 24-jarige El F. werd in maart tot vijf jaar cel veroordeeld in het proces rond de Hofstadgroep.

De groep rond A. bestond naast de drie kernleden uit twee leden van minder gewicht, onder wie de gewezen partner van Nourridin El F., de 23-jarige Soumaya S. Tegen haar eiste het OM tien jaar cel, tegen de 20-jarige Mohammed H. acht jaar.

Terreurgroep

De 23-jarige Brahim H. behoorde volgens het OM niet tot de vermeende terreurgroep. Hij hoorde twaalf maanden waarvan zeven maanden voorwaardelijk tegen zich eisen, wegens verboden wapenbezit en het vervalsen van een reisdocument. H. is al geruime tijd op vrije voeten.

Justitie meent dat het netwerk rond Samir A. een voortzetting van het Hofstadnetwerk is. Samir en de zijnen zouden wel veel serieuzere en concretere plannen hebben gehad om terreurdaden te plegen dan de Hofstadgroep. Volgens de advocaten van Samir en zijn vermeende handlangers ontbreekt het bewijs hiervoor.

Samir A. werd in een eerdere zaak vrijgesproken van het voorbereiden van terreuraanslagen. In de huidige zaak heeft justitie gebruik kunnen maken van nieuwe, verruimde terrorismewetgeving.