RIGA - De 26 landen van het NAVO-bondgenootschap hebben woensdag op hun topconferentie in Riga hun militaire inzet in Afghanistan bekrachtigd. In een slotverklaring beklemtonen ze hun steun aan de democratische regering van Afghanistan.

Bekijk video

De staats- en regeringsleiders beloofden meer troepen en grotere flexibiliteit voor de ingezette militairen in Afghanistan. Vooral de Verenigde Staten en Groot-Brittannië hadden zich hier sterk voor gemaakt. De NAVO-troepenmacht in Afghanistan telt 32.000 militairen.

Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië stonden onder druk. Deze landen hebben troepen in relatief rustige gebieden en weigeren die af te staan voor het onrustige zuiden. Parijs, Berlijn, Rome en Madrid hebben toegezegd in noodgevallen soldaten te zullen leveren.

Lacunes

De Britse premier Tony Blair toonde zich optimistisch over het resultaat van de top. Hij erkende dat er wat betreft de militaire inzet nog lacunes zijn, maar vindt dat in Riga belangwekkende vooruitgang is geboekt. "Alleen moeten er nog wat laatste stappen worden gezet."

Britse, Amerikaanse, Canadese en Nederlandse militairen voeren in het zuiden de meeste gevechten. De Taliban hebben dit jaar hun strijd drastisch opgevoerd met bom- en zelfmoordaanslagen. Het geweld kostte dit jaar al 4000 levens, van wie ongeveer een kwart burgers.

Flexibiliteit

NAVO-commandant generaal James Jones had in september om 2500 extra manschappen voor het zuiden gevraagd. Met de toezeggingen gedaan tijdens de top is 85 tot 90 procent van deze behoefte voldaan, stelden militaire functionarissen. Spanje, Bulgarije en Macedonië hebben extra militairen toegezegd.

Secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer toonde zich tevreden met de grotere flexibiliteit van de strijdkrachten. "In een noodgeval zullen ze elkaar steunen. Dat is de meest fundamentele demonstratie van solidariteit binnen de NAVO", aldus de Nederlander.