Bloedbad in Bagdad (video)

BAGDAD - Een reeks bomaanslagen in de sjiitische wijk Sadr City, in het noorden van de Iraakse hoofdstad Bagdad, heeft donderdag zeker 160 mensen het leven gekost. Meer dan 250 mensen zijn gewond geraakt.

Bekijk video

Dat hebben Iraakse veiligheidsbeambten en medici gemeld. Ook bestookten opstandelingen het ministerie van Volksgezondheid met onder meer mortieren.

De regering heeft in Bagdad een uitgaansverbod voor onbepaalde tijd ingesteld om het geweld te beteugelen. Leiders van alle religieuze stromingen in het door interne twisten verscheurde land, hebben hun volgelingen opgeroepen tot kalmte. Premier Nuri al-Maliki noemde de aanslagen in een televisietoespraak een ernstige bedreiging voor de "islamitische broederschap'' in Irak.

Al-Sadr

Sadr City, een verarmde wijk waar de sjiitische militieleider Muqtada al-Sadr zijn machtsbasis heeft, werd in amper drie kwartier opgeschrikt door zeker zes zware ontploffingen. Het ging vrijwel zeker om autobommen, waarvan er een explodeerde op een drukke markt. Het overwegend sjiitische stadsdeel is regelmatig het doelwit van soennitische extremisten.

De autoriteiten verwachten dat het dodental nog verder kan oplopen. Veel lichamen zijn door de kracht van de explosies uiteengereten, waardoor het tellen en identificeren van de slachtoffers moeizaam verloopt. Het was een van de bloedigste aanslagen op Iraakse burgers sinds de door de Amerikanen geleide invasie in het Arabische land in maart 2003.

Strijders

Bij de aanval op het ministerie in het centrum van Bagdad waren volgens onderminister Hakim al-Zamily meer dan honderd bewapende strijders betrokken, vermoedelijk eveneens soennitische rebellen. Zij beschoten het gebouw met mortieren en machinegeweren. Het departement staat onder leiding van Ali al-Chemmari, een partijgenoot van Al-Sadr.

Rond het gebouw van het ministerie ontstond een vuurgevecht tussen de aanvallers en bewakers. Tweeduizend mensen zaten tijdelijk opgesloten in het pand. Voor zover bekend zijn vijf mensen gewond geraakt. Na tussenkomst van Amerikaanse gevechtshelikopters en grondtroepen kwam een einde aan de vijandelijkheden, zeiden medewerkers van het ministerie.

Zamily

Eerder deze week werd al een konvooi van onderminister Zamily aangevallen. Daardoor kwamen twee van zijn lijfwachten om het leven. Afgelopen weekeinde werd een collega van Zamily, Ammar al-Saffar, ontvoerd. Opstandelingen hebben het vaak gemunt op gebouwen en medewerkers van de door sjiieten gedomineerde regering van premier Nuri al-Maliki.

De Iraakse regering staat onder toenemende druk om een einde te maken aan de golf van aanvallen door zowel soennitische als sjiitische doodseskaders. Wekelijks worden honderden Irakezen op klaarlichte dag ontvoerd, gemarteld en vermoord, waarna hun lichamen op straat worden gedumpt. De Amerikaanse en Iraakse strijdkrachten krijgen geen vat op het aanhoudende geweld.

De Verenigde Naties publiceerden woensdag een tweemaandelijks rapport over het aantal burgerslachtoffers in Irak. Dat bereikte in oktober een tragisch record. Meer dan 3700 mensen vonden de dood, aldus de volkerenorganisatie. De VN schatten dat iedere maand 100.000 Irakezen voor het geweld op de vlucht slaan. Zij zoeken hun heil vooral in de buurlanden Jordanië en Syrië.

Tip de redactie