'Mariniers intimideerden marechaussees'

DEN HAAG - Marechaussees zijn in 2003 in het zuiden van Irak onder druk gezet door Nederlandse mariniers om geen aangifte te doen van overtredingen. Daarbij hebben mariniers zich schuldig gemaakt aan het intimideren en beledigen van leden van de militaire politie. Dat schrijft de Volkskrant woensdag.

De mariniers hadden invallen gedaan in huizen, hoewel ze daartoe niet bevoegd waren. In ten minste een geval zou een marechaussee met de dood zijn bedreigd door mariniers, aldus de krant.

Brief

De Volkskrant zegt zich te baseren op een vertrouwelijke brief van de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee (KMAR), Cees Neisingh. De brief is gedateerd 18 november 2003, aldus de krant.

Spanningen

Een woordvoerder van de KMAR, die valt onder het ministerie van Defensie, verwees woensdagochtend naar een brief van minister Henk Kamp, gedateerd 19 mei 2004. Daarin gaat de bewindsman in op spanningen tussen militairen van verschillende Nederlandse krijgsmachtonderdelen die destijds aanwezig waren in Irak.

Kamp stelt in de brief vast dat er spanningen waren "die af en toe uitmondden in bejegeningen die niet door de beugel konden, zelfs tot beledigingen aan toe". "Daarnaast waren militairen door de sterke sociale controle soms onvoldoende bereid om aangifte te doen van mogelijk strafbare feiten", schrijft de bewindsman.

In de brief worden de spanningen toegeschreven aan "cultuurverschillen tussen de verschillende krijgsmachtdelen, maar ook aan de moeilijke omstandigheden in Irak die een zware wissel trokken op de militairen daar".

"De genoemde problemen zijn weliswaar verklaarbaar, maar worden beslist niet gebagatelliseerd. Direct nadat de problemen waren geconstateerd zijn er dan ook maatregelen genomen", zo staat in de brief.

Tegelijk met de brief kreeg de Kamer destijds twee nota's van KMAR-bevelhebber Neisingh over het onderwerp. Die werden de Kamer vertrouwelijk toegezonden.

Tip de redactie