Geen gevolgen trapongeval voor stadsbestuur Utrecht

UTRECHT - Het trapongeval dat begin augustus in Utrecht leidde tot een dode en bijna twintig gewonden heeft geen politieke gevolgen voor het stadsbestuur van Utrecht. Dat bleek uit het debat dat de Utrechtse gemeenteraad dinsdagavond over het ongeval voerde.

Centraal in het debat stond de conclusie van de onafhankelijke onderzoekscommissie-Schutte dat het trapongeval te wijten was aan een constructiefout bij de bouw van de trap in 1985.

Inspectie

De discussie spitste zich toe op de vraag of regelmatige inspectie van de trap het ongeval had kunnen voorkomen. "Nee", is het door de collegepartijen overgenomen antwoord van de commissie-Schutte.

Volgens de partijen had de gebruikelijke visuele inspectie de verborgen constructiefout niet aan het licht kunnen brengen. Hoe kan je dat nu zeggen als je ondanks meerdere klachten nooit naar de trap bent wezen kijken, vindt bijna de hele oppositie.

Risico-analyse

De gemeenteraad is het eens met de aanbevelingen van de commissie om ongevallen als die tijdens de Muzikale Botenparade van 6 augustus in de toekomst te voorkomen. Deze aanbevelingen, zoals het maken van een risico-analyse bij evenementen van een dergelijke omvang en het beter omgaan met klachten, waren bij de presentatie vorige week van Schutte's bevindingen al overgenomen door het college van burgemeester en wethouders.

Een ruime meerderheid in de raad wilde dat de slachtoffers snel duidelijkheid krijgen over de aansprakelijkheid voor het ongeval.

Schadeclaims

De gemeente Utrecht wacht wat dat betreft nog het standpunt over af van haar verzekeraar Achmea en beloofde eerder dat die duidelijkheid er op 4 december zal zijn. Volgens burgemeester Annie Brouwer zijn er inmiddels 21 schadeclaims ingediend. Ze verwacht er nog meer.

Een motie van misprijzen waarmee de oppositie de wijze van communiceren van het college rond het trapongeval wilde afkeuren, haalde het niet.

Tip de redactie