DEN HAAG - Pim Fortuyn had beveiliging moeten krijgen. De dreigbrieven en fysieke dreiging waar Fortuyn mee te maken kreeg, waren voldoende reden om hem vanaf februari persoonsbeveiliging te bieden. Dat de lijsttrekker van de Lijst Pim Fortuyn dat niet kreeg, is te wijten aan een laks werkend ambtelijk apparaat en aan Fortuyn zelf die niet zat te wachten op extra veiligheidsmaatregelen.

Fortuyn onvoldoende beveiligd (video)

Dit concludeert de commissie-Van den Haak dinsdag in haar rapport. Deze oud-rechter onderzocht na de moord op Fortuyn 6 mei in opdracht van het kabinet of de verantwoordelijke toenmalige ministers De Vries (Binnenlandse Zaken) en Korthals (Justitie) die beveiliging terecht niet hadden gegeven. De commissie stelt evenwel dat het "een illusie" is te denken dat persoonsbeveiliging een moord kan voorkomen.

De commissie lijkt redelijk mild over De Vries. Hij nam twee keer het initiatief, in maart en in april, een dreigingsanalyse over Pim Fortuyn te laten uitvoeren. Zo'n analyse moet uitwijzen of extra maatregelen nodig zijn. Aanleiding was het taartincident. Bij de presentatie van Fortuyns boek, De Puinhopen van acht jaar Paars, gooiden drie actievoerders taarten in zijn gezicht.

De Vries

Opmerkelijk is dat De Vries wel in actie kwam, maar verzuimde te controleren of het werk wel goed gedaan werd, aldus de commissie. De bewindsman zette de Grote Evaluatiedriehoek (GED) en de Technische Evaluatiecommissie (TEC) aan het werk. In beide organen zitten ambtenaren van diverse ministeries en inlichtingendiensten. De TEC speelde het verzoek om een analyse door aan de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), de vroegere BVD.

Beide keren is echter geen grondige analyse opgesteld, ook omdat Fortuyn zelf niet sprak over concrete dreigingen. De AIVD schoot vervolgens tekort door niet zelf gerichte actie te ondernemen, aldus de commissie. De Vries nam klakkeloos aan dat het grondige onderzoek geen bruikbare gegevens had opgeleverd. In werkelijkheid bleef dat grondige onderzoek dus uit.

De Vries drong verder aan op een gesprek tussen politiecommissaris De Jong en en Fortuyn over zijn veiligheid. Dat gesprek was op 15 april in het bijzijn van De Booij, de vertrouweling van de lijsttrekker. Overigens was De Jong niet goed ingelicht over de kwestie. Zo wist hij niet eens dat hij in opdracht van de minister kwam.

Fortuyn zelf

Fortuyn zelf gaf op zijn beurt geen opening van zaken en zei niets over zijn eventuele behoefte aan persoonsbeveiliging. De Jong evalueerde het gesprek alleen met zijn politiekorps en niet met de minister. De Vries kreeg zelfs pas een dag ná de moord het verslag van het gesprek.

Niet alleen de AIVD deed te weinig, ook de politiekorpsen werkten niet optimaal. Afzonderlijk leverden zij weliswaar goed werk, maar zij vergaten de informatie door te spelen aan elkaar en aan andere instanties.

Korthals speelde geen actieve rol in de besluitvorming rond Fortuyn. Hij hield "voeling" via een ambtenaar in de GED en met De Vries. De commissie vindt die passiviteit enigszins te verklaren vanwege zijn beperkte positie omtrent persoonsbeveiliging.

Toch vindt de commissie dat Korthals wel degelijk de beveiliging had kunnen doornemen met De Vries of met Fortuyn zelf. Ook had hij via het college van procureurs-generaal, de top van het Openbaar Ministerie, kunnen nagaan of justititiële maatregelen mogelijk waren, want bedreiging van personen is een strafbaar feit.

Extra maatregelen

Ook Fortuyn zelf is wat de commissie betreft het nodige aan te wrijven. Voor Fortuyn gold dat "zijn afkeer van persoonsbeveiliging groter was dan zijn vrees voor zijn persoonlijke veiligheid". Fortuyn hield zich niet bezig met zijn beveiliging en wees persoonsbeveiliging af, zelfs als die gratis werd aangeboden. Fortuyn zag het nut van extra maatregelen pas in op 29 april toen hij een e-mail kreeg waarin hij concreet met de dood bedreigd werd.

Verder werkte Fortuyn bepaald niet mee. Hij deed bijvoorbeeld, ondanks aandringen van de politie, geen aangifte van het zogeheten Maashaven-incident. Fortuyn werd toen bedreigd door allochtone jongeren. Ook was hij niet happig om de politie informatie te verstrekken. Zo heeft hij nooit onder vier ogen de politie willen vertellen wat zijn precieze veiligheidsprobleem was, maar sprak hij wel publiekelijk in algemene lijnen over bedreigingen aan zijn adres.

Overigens heeft Fortuyns eigen LPF nooit iets gedaan aan beveiliging voor hun voorman, zo heeft de commissie vastgesteld. Zijn vorige partij, Leefbaar Nederland, wel. Maar dat beveiligingsplan stopte na het vertrek van Fortuyn daar medio februari.

Van den Haak wijst er verder op dat het merendeel van de dreigementen die Fortuyn binnenkreeg, niet echt serieus was. Ook "werd hij niet overspoeld met dreigpost". Bovendien werd hij, in zijn persoonlijke omgeving, al bedreigd en gechanteerd in de jaren voordat hij de politiek in ging.