DEN HAAG - De brandweer op vliegveld Eindhoven had op 15 juli de inzittenden van het neergestorte Hercules-vliegtuig niet kunnen redden, omdat dat niet de opdracht is die de Nederlandse brandweerman meekrijgt. Van brandweerlieden wordt verwacht dat zij bij een vliegtuigongeluk de brand blussen, niet dat zij de inzittenden uit het toestel halen.

Dat concludeert de Raad voor de Transportveiligheid maandag in een onderzoek naar de Hercules-ramp. De Raad deed het onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer.

De regering kwam indertijd tot de conclusie dat de brandweer eerder had kunnen beginnen met de redding van de inzittenden. De Raad bestrijdt dit. Brandweerlieden worden op grond van allerlei regels en instructies geacht zich te concentreren op het blussen van de brand. "Nergens wordt gesproken over de noodzaak eventueel gaten te maken in vliegtuigrompen, noch over het 'halen' van inzittenden", aldus de Raad. De slachtoffers van een ongeluk moeten zichzelf uit het vliegtuig zien te redden.

Hercules

Bij de Hercules die in 1996 verongelukte, was dit extra lastig omdat er alleen twee moeilijk bereikbare luiken bovenin het vliegtuig waren die de inzittenden van binnenuit konden openen. Civiele toestellen zijn doorgaans beter berekend op dergelijke omstandigheden.

De Raad maakt een onderscheid tussen de luchthavenbrandweer, die binnen enkele minuten ter plaatse moet zijn en de overheidsbrandweer, die van verder moet komen. De overdracht en de samenwerking tussen de twee korpsen liep in Eindhoven niet naar wens, onder meer omdat er maar liefst negen scenario's waren waaruit gekozen moest worden. Ook gebrek aan ervaring met een dergelijk ongeval en met samenwerking speelde een rol.

Verder blijkt uit het rapport dat er onvoldoende blusmiddelen en -wagens op de basis waren. De luchthavenbrandweer voldeed wel aan de internationale eisen, maar die zijn volgens de Raad onvoldoende. Het vereiste minimum is alleen genoeg als alle andere omstandigheden goed zijn.

Het is ruim zes jaar later nog niet veel beter gesteld met de bestrijding van vliegtuigbranden. Wel zijn er meer oefenfaciliteiten en zijn gemeenten verplicht rampenplannen te hebben en ermee te oefenen, maar nog steeds is niet duidelijk wie welke verantwoordelijkheden heeft. Een ongeluk zoals in Eindhoven kan morgen weer gebeuren, meent de Raad.

Om dit te voorkomen, moet de luchthavenbrandweer meer mankracht en blusmiddelen krijgen, zei voorzitter P. van Vollenhoven van de Raad bij de presentatie van het rapport. Ook moeten de internationale afspraken kritischer worden bekeken. Nu houdt iedereen zich eraan zonder zich af te vragen of dit wel voldoende is.

Ook kan de Nederlandse regelgeving helderder, en zouden de ministers van Defensie en Verkeer en Waterstaat eens na moeten gaan of het wel verantwoordelijk is om militaire vliegtuigen te gebruiken voor personenvervoer in vredestijd. In deze toestellen ontbreken elementaire veiligheidsvoorzieningen, zoals lampjes die de weg naar de nooduitgangen wijzen en deuren die van binnenuit open kunnen.

Van Vollenhoven

Van Vollenhoven wees erop dat het in het buitenland niet beter gesteld is met de voorschriften voor vliegtuigbranden. Dat ontslaat Nederland er evenwel niet van om het hier beter te gaan doen, vindt hij.

Schiphol is al een gunstige uitzondering op de regel. Door de ingewikkelde plattegrond van dat vliegveld, is er extra brandweer aanwezig. Ook zit er op het luchthaventerrein een dependance van de brandweer van Haarlemmermeer.