ROTTERDAM - De rechter-commissaris in Rotterdam heeft vrijdag de bewaring bevolen van vijf mannen en een vrouw die worden verdacht van werving van radicale moslims voor de internationale gewelddadige jihad. Dat heeft een woordvoerder van het landelijk parket van het Openbaar Ministerie bekendgemaakt.

De Nationale Recherche arresteerde het zestal begin deze week in Amsterdam en Den Haag. De zes zullen in elk geval nog veertien dagen opgesloten blijven. Het onderzoek naar de groep begon in november 2005, naar aanleiding van informatie van de inlichtingendienst AIVD.

Die informatie betrof de wens van drie jonge mannen uit Den Haag om deel te nemen aan de heilige oorlog. De drie - Said, Ramazan en Driss - verdwenen medio november. Hun families, die in het duister tastten omtrent hun verdwijning, vreesden dat zij waren geronseld voor de jihad in Irak. Het trio werd in december in Azerbeidzjan gearresteerd en onder begeleiding van de Haagse politie teruggebracht naar Nederland.

De drie beweerden dat zij op vakantie waren geweest. Justitie vermoedde dat zij contact hadden met een netwerk van extremistische moslims, dat jonge mannen zou werven voor de jihad. Zij zijn geen verdachte in het huidige onderzoek.

Een van de zes verdachten is Murat Ö. Hij staat in de Haagse Schilderswijk bekend als Ibrahim de Turk. Hij stond in 2003 al terecht op verdenking van het werven, opleiden en ondersteunen van strijders voor de jihad. De rechtbank sprak hem en negen anderen toen vrij. Ö. heeft verklaard de drie Haagse jongens te kennen, maar niets te hebben geweten van hun verre reis.