AMSTERDAM - De 24-jarige Achmed Al-J., verdacht van brandstichting in het cellencomplex op Schiphol-Oost, heeft beroep aangetekend tegen het besluit hem in vreemdelingendetentie te nemen. Woensdag maakte het gerechtshof een einde aan de voorlopige hechtenis waarin Al-J. in het kader van de Schipholzaak zat.

Al-J. kwam feitelijk niet op vrije voeten. Direct na de beslissing van het gerechtshof werd de Libiër in vreemdelingenbewaring genomen, omdat hij zonder verblijfspapieren in Nederland is. Ten tijde van de brand, die aan elf mensen het leven kostte, zat Al-J. eveneens in vreemdelingenbewaring.

Voorarrest

Toen justitie de man als verdachte van brandstichting aanmerkte, nam zij hem vorig jaar november in voorarrest. De rechtbank wees eerdere verzoeken tot opheffing hiervan af. Al-J.'s advocaat Eduard Damman ging in hoger beroep bij het hof, met succes.

De raadsman tast vooralsnog in het duister over wat er nu met zijn cliënt gaat gebeuren. Het doel van vreemdelingenbewaring, zegt hij, is uitzetting. Of dat betekent dat Al-J. de behandeling van de strafzaak niet in Nederland afwacht, is onzeker.

Onderzoek

De beslissing van het hof heeft geen consequenties voor het verloop van de zaak, zo benadrukte het Openbaar Ministerie in Haarlem woensdag. Het onderzoek heeft vertraging opgelopen door nader technisch onderzoek dat het OM wil laten verrichten. Het zou nog maanden kunnen duren voordat de zaak inhoudelijk door de rechtbank behandeld kan worden.

De beroepsprocedure tegen de vreemdelingenbewaring zal enkele weken in beslag nemen, zo verwacht Damman.