ASMTERDAM - Het gerechtshof in Amsterdam heeft woensdag bepaald dat de man die wordt verdacht van brandstichting in het cellencomplex op Schiphol-Oost vorig jaar oktober onmiddellijk in vrijheid moet worden gesteld. Dit heeft zijn advocaat Eduard Damman bevestigd.

Bekijk video

De 24-jarige Achmed Al-J. zat sinds vorig jaar november in voorarrest. De rechtbank in Haarlem had tot nu toe geweigerd zijn voorlopige hechtenis op te heffen. Damman was daartegen in beroep gegaan bij het hof.

Het Openbaar Ministerie in Haarlem is verrast door de uitspraak, aldus persofficier Maarten Vos. Hij benadrukt dat de vrijlating geen consequenties heeft voor het verloop van de strafzaak tegen J. Volgende maand vindt wederom een pro-formazitting plaats.

Doden

Door de brand in het cellencomplex kwamen elf mensen om het leven. Inmiddels staat vast dat de brand is ontstaan op de cel van J. Het is echter de vraag of hij de brand opzettelijk stichtte en of hij aansprakelijk kan worden gesteld voor de gevolgen. Ook twisten het Openbaar Ministerie en de verdediging van J. over het aantal brandhaarden in de cel; volgens het OM waren het er twee, volgens de advocaat één.

De Libïer zat in vreemdelingendetentie op Schiphol-Oost, in afwachting van zijn uitzetting. Het is onduidelijk of de verdachte nu op vrije voeten komt of dat hij opnieuw in vreemdelingenbewaring wordt gezet. De advocaat en het gerechthof zijn vooralsnog onbereikbaar voor commentaar.

Vertraging

De strafzaak tegen J. heeft vertraging opgelopen door nader technisch onderzoek dat het OM wil laten verrichten. Damman stelde tijdens de zitting bij het hof dat justitie sinds de start van het onderzoek vorig jaar niet meer bewijs heeft vergaard tegen zijn cliënt. Aangezien de inhoudelijke behandeling van de strafzaak nog maanden kan duren, vond de raadsman het niet gerechtvaardigd J. gevangen te houden.

Damman zei tijdens de laatste pro-formazitting vorige maand voor de rechtbank in Haarlem dat hij zich gesteund voelt door het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid onder leiding van Pieter van Vollenhoven.

Daarin werd gesteld dat er minder of geen doden waren gevallen als de verschillende overheidsinstanties zich aan de regels voor brandveiligheid hadden gehouden. "Het kan niet zo zijn dat twee ministers zijn opgestapt en dat het rapport geen enkele consequentie heeft voor mijn cliënt", zo zei Damman toen.