AMSTERDAM - Samir A., verdacht van onder meer het voorbereiden van terroristische aanslagen, moet koste wat kost voor lange tijd in de cel verdwijnen. De publieke opinie heeft hem al veroordeeld, evenals de politie, die zich geschokt en verontwaardigd toonde toen A. in een een eerdere zaak werd vrijgesproken.

Dit betoogden Samir A.'s advocaten Britta Böhler en Viktor Koppe woensdag in hun pleidooi voor de rechtbank. Maandag eiste het Openbaar Ministerie (OM) vijftien jaar gevangenisstraf tegen A.

Volgens het OM wilden Samir A. en de zijnen aanslagen plegen op politici en op het gebouw van de inlichtingendienst AIVD. Politie en justitie begonnen terstond een nieuw onderzoek naar A. toen hij in 2005 na die vrijspraak op vrije voeten kwam, op basis van informatie die bij de Utrechtse politie was binnengekomen.

Tijdbom

In de ogen van de autoriteiten is de 20-jarige A. "levensgevaarlijk" en "een wandelende tijdbom", die hoe dan ook achter de tralies moet worden gehouden, stelde de verdediging.

Böhler schetste de achtergrond waartegen de zaak tegen A. en diens vijf medeverdachten moet worden gezien. Dat is er een van, na 11 september 2001, toegenomen angst voor aanslagen, flink opgevoerde wetgeving, mislukte strafzaken tegen vermeende terroristen en een toegenomen druk op de strafrechter om tot veroordelingen te komen, zowel vanuit de politiek als vanuit de publieke opinie.

Hoogste boom

Volgens Böhler gaat de meerderheid van het publiek er vanuit dat alle verdachten in de zaak rond Samir A., de zogeheten Piranhazaak, terroristen zijn, A. zelf voorop. "En menigeen vindt dat zij aan de hoogste boom moeten worden opgehangen."

De druk op de inlichtingendienst, politie en justitie om A. na de eerdere vrijspraak weer achter slot en grendel te krijgen was enorm, aldus Koppe. Voor een nieuw onderzoek was een verdenking nodig en volgens de raadsman is die min of meer gefabriceerd.

Absurde berichten

Twee processen-verbaal van de Criminele Inlichtingen Eenheid van de Utrechtse politie vormden de basis voor die nieuwe verdenking. Die stukken bevatten "absurde berichten", betoogde Koppe, afkomstig van een informant die klaarblijkelijk de achternaam van Samir niet eens wist en louter gegevens "oplepelde" die al breed waren uitgemeten in de media.

De pleidooien van de raadslieden van A. en zijn medeverdachten zullen woensdag en donderdag in beslag nemen.