Geen celstraf voor Uruzgan-weigeraar

ARNHEM - De voormalig militair uit Rheden die afgelopen augustus niet naar Afghanistan wilde worden uitgezonden, is schuldig aan dienstweigering. Dat oordeelde de militaire rechtbank in Arnhem maandag.

Zij heeft de 21-jarige J.W. echter geen straf opgelegd, hoewel dienstweigering zich volgens de rechters in principe leent voor een celstraf.

De militair vertelde in maart aan zijn commandant dat het hem om verscheidene redenen niet verstandig leek mee te gaan naar Afghanistan. Volgens de rechtbank was het voor W. voldoende duidelijk dat dat als dienstweigering kon worden beschouwd.

Ptss

De inmiddels voormalige militair en zijn advocaat beriepen zich op falende psychische nazorg door Defensie. De militair lijdt als gevolg van een eerdere uitzending aan een posttraumatisch stresssyndroom (ptss). De rechtbank vindt echter dat zowel de militair als Defensie na de eerste missie verantwoordelijkheid droeg voor het gebrek aan psychische hulp.

Omdat de militair drie jaar goed dienst heeft gedaan, nu is ontslagen, aan ptss lijdt en door de vervolging veel media-aandacht kreeg, vindt de rechtbank een celstraf niet op zijn plaats.

Nazorg

Advocaat Hein Dudink blijft ook na de uitspraak bij zijn standpunt dat de nazorg heeft gefaald. "Dat staat gewoon op papier. Drie onderzoeken van deskundigen hebben aangetoond dat het niet goed gaat met mijn cliënt. Hij heeft na de eerste uitzending en voor de geplande tweede uitzending verschillende vragenformulieren ingevuld die een verontrustend signaal afgaven. Daar is niks mee gedaan, terwijl nu de verwijtbaarheid alleen bij hem wordt gelegd."

Signaal

Als vrijspraak was gevolgd, had de militaire vakbond AFMP die aangegrepen om de psychische zorg bij Defensie te verbeteren. Nu geeft de uitspraak een waarschuwingssignaal af aan andere militairen die twijfelen aan uitzending, zonder dat W. ervoor met celstraf wordt bestraft. "Mijn client is als een speelbal gebruikt, en voor de politiek moest er een uitspraak komen", aldus Dudink. W. zelf heeft volgens zijn advocaat een dubbel gevoel aan de uitspraak overgehouden.

De advocaat ziet genoeg gronden voor hoger beroep, maar wil met W. bespreken of die dat wil. Of het Openbaar Ministerie in beroep gaat is ook nog niet bekend.

Tip de redactie