DEN HAAG - Een meerderheid van de Tweede Kamer wil beter toezicht op islamitisch onderwijs, al zijn de partijen het niet eens over de manier waarop. Zo ziet de VVD wel wat in een stop op de stichting van islamitische scholen om eerst de kwaliteit te beoordelen, en wil het CDA alleen maar controle als er concrete aanwijzingen zijn voor misstanden.

Dat bleek woensdag tijdens een debat over het rapport van de onderwijsinspectie over het islamitisch onderwijs in Nederland. Daarin tikte de inspectie drie scholen op de vingers omdat zij onvoldoende bijdragen tot de integratie van moslimkinderen.

Het CDA-Tweede-Kamerlid De Vries vindt dat de onderwijsinspectie zich terughoudend moet opstellen bij controle op de inhoud van godsdienstlessen. "We moeten verre blijven van staatspedagogiek."

Concrete aanwijzingen

Maar als er concrete aanwijzingen zijn dat er op een school haat wordt gepredikt moet de inspectie er wel bij kunnen. Zijn partijgenoot en premier Balkenende ging daarin begin deze week veel verder. Hij zei zonder voorbehoud dat de inspectie toezicht moet gaan houden op moslimscholen.

De VVD ging woensdag nog weer een stapje verder door te pleiten voor een stop op de stichting van dergelijke scholen, totdat de kwaliteit ervan vast staat. Volgens minister Van der Hoeven (Onderwijs) is een dergelijk moratorium onwettig.

De bewindsvrouw stelde de Kamer gerust dat de inspectie genoeg bevoegdheden heeft om op een school te gaan kijken als er iets mis lijkt te zijn. Dit geldt ook voor de godsdienstles. SP, GroenLinks, VVD, en onder voorwaarden ook het CDA, hadden daarom gevraagd.

'Versluierend'

Over het rapport van de inspectie waren de meeste partijen niet goed te spreken. LPF en D66 noemden het "versluierend", en ook bij SP, PvdA, GroenLinks en CDA riep het vragen op. De minister noemde het niettemin een degelijk onderzoek.

Ook bekijkt zij of ze aan godsdienst- en taalleraren de eis kan stellen dat zij een bewijs van goed gedrag moeten overleggen voordat zij voor de klas mogen.