TARIN KOWT - Tientallen dorpsoudsten, stamleiders, regionale bestuurders en politiecommandanten uit de Afghaanse provincie Uruzgan willen graag meer Nederlandse hulp voor de wederopbouw van hun dorpen. De lokale leiders, gehuld in traditionele lange kledij en shawls om hun hoofd, maakten dat zaterdag duidelijk tijdens een overleg met minister Bernard Bot van Buitenlandse Zaken.

De bewindsman had ongeveer zestig leiders en gouverneur Munib van Uruzgan uitgenodigd op Kamp Holland bij Tarin Kowt. In een containerzaal met oer-Hollandse prenten van molens en koeien aan de muur kregen de gasten koffie in plaats van de gebruikelijke thee.

Zittend aan het hoofd van een lange tafel hoorde Bot hun wensen en ideeën aan. Tegelijk drongen de bewindsman en gouverneur Munib er bij de lokale leiders op aan dat de inspanningen wel van twee kanten moeten komen.

Vertrouwen

Volgens Bot zien de dorpshoofden dat ook wel in maar is het nodig hen af en toe aan te sporen. In mei had Bot voor het eerst een overleg met hen in de hoofdstad Kabul, waarna hij een nieuw gesprek beloofde op hun eigen grondgebied. "Je ziet nu dat ze de aandacht van en contacten met de Nederlanders waarderen. Je merkt dat ze vertrouwen krijgen in onze bedoelingen", zei Bot na afloop.

De bewindsman is blij met deze houding van de dorpsleiders, omdat zij cruciaal zijn voor het slagen van de ISAF-missie. De lokale leiders kunnen hun inwoners aanzetten om te werken aan de opbouw van hun dorpje. Met zichtbare resultaten en betrokkenheid van de Afghaanse dorpelingen hoopt Nederland ook de mogelijke sympathie voor de Taliban weg te nemen.

Scholen

De 1400 Nederlandse militairen in de kampen bij Tarin Kowt en Deh Rawod moeten zorgen voor stabilisatie en veiligheid in het gebied, zodat kan worden begonnen met projecten. In veel plaatsen in Uruzgan is ruim twintig jaar gevochten, zodat veel bruggen, wegen en scholen zijn vernield. Momenteel wordt les gegeven in oude gebouwen, in tenten of onder bomen maar er is nog steeds een tekort aan onderwijzers. Die werden vaak door de Taliban vermoord of geïntimideerd, zodat mensen niet meer les durfden te geven. Bovendien is de arme provincie jaren achtereen getroffen door droogte.

Van Nederlandse zijde waren onder andere basis-commandant Theo Vleugels en de ambassadeur in Afghanistan Roeland van de Geer aanwezig evenals politieke adviseurs en een adviseur voor ontwikkelingssamenwerking.