DEN HAAG - Minister Agnes Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) heeft tijdens het weekeinde in de Sudanese hoofdstad Khartum de afkeer van de Nederlandse regering overgebracht over de uitzetting van VN-gezant Jan Pronk en gezegd dat deze onacceptabel is. "Maar men wordt er hier niet heet of koud van. Het besluit is genomen en wordt niet teruggedraaid", aldus Van Ardenne zondag.

Volgens Van Ardenne mag Pronk nog een keer terug. "Ik heb aangekaart dat hij op dat moment dan ook alle vrijheid krijgt om zijn werk te doen en dringende zaken af te handelen. Ik kreeg te horen dat hij mag komen om zijn spullen te halen, maar dat hij zo snel mogelijk weer weg moet. Ze maakten duidelijk dat ze de laatste maanden moeite hadden met het optreden van Pronk en dat het dus niet alleen gaat om de laatste kwestie."

Pronk begon in 2004 als speciale VN-gezant voor het door burgeroorlogen geteisterde Sudan. Hij haalde zich onlangs de woede van het Sudanese leger op de hals door hun militaire optreden in de regio Darfur aan de kaak te stellen. Het regime in Khartum verweet hem een vijandelijke houding. Vorig weekeind kreeg Pronk van de Sudanese regering te horen dat hij weg moest. Maandag verliet hij het land.

Pronk blijft nog tot eind dit jaar speciaal gezant voor Sudan. In november keert hij op last van de VN terug naar Sudan, om zijn taken over te dragen aan zijn plaatsvervanger op de VN-missie in Khartum. Pronks mandaat loopt in december af.

Van Ardenne

Van Ardenne kwam zaterdag aan in Sudan. Ze besprak er niet alleen de kwestie-Pronk maar bezocht tevens Darfur, de provincie waar sinds 2003 miljoenen mensen op de vlucht zijn en meer dan 200.000 mensen omkwamen door oorlog, ziekten en ziektes. Vluchtelingen leven in kampen en zijn afhankelijk van internationale hulp.

De bewindsvrouwe bezocht Sudan in navolging van haar Britse en Amerikaanse collega's die blauwhelmen naar het gebied willen sturen om een einde te maken aan het geweld. Maar Sudan weigert een VN-missie op zijn grondgebied. "Men is bang hier de Amerikanen binnen te halen, maar het gaat erom dat Darfur veilig wordt en dat er kan worden begonnen met de opbouw. Er is hier zoveel ellendigs gebeurd. Er zijn diepe wonden geslagen in families, stammen en dorpen. Vrouwen die ik sprak in de vluchtelingenkampen zien geen perspectief meer. Het geweld gaat ook door in de kampen. Maar wij moeten de moed niet opgeven."

Karthum en een rebellengroep ondertekenden eerder dit jaar een vredesakkoord. Twee andere rebellengroeperingen tekenden niet. De 7000 militairen tellende vredesmacht van de Afrikaanse Unie moet toezicht houden op het staakt-het-vuren, moet begeleiding krijgen van de VN, aldus van Ardenne. "De Afrikaanse troepenmacht doet het goed maar heeft een gebrek aan veel dingen. Wij blijven pleiten voor VN-begeleiding en uiteindelijk een omvorming van deze Afrikaanse troepenmacht in een VN-macht."