DEN HAAG - De zaak over de beveiligde woning van Ayaan Hirsi Ali komt opnieuw voor de rechter. De Hoge Raad heeft de zaak vrijdag terugverwezen naar het gerechtshof in Amsterdam.

Volgens het hoogste rechtscollege moet de rechter opnieuw kijken of de staat onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van de medebewoners van het appartementencomplex waar Hirsi Ali een beveiligde woning behuisde. Haar buren waren naar de rechter gestapt, omdat zij vreesden voor hun veiligheid door de aanwezigheid van het voormalige Kamerlid.

Ongelijk

De rechtbank in Den Haag had de buren in het ongelijk gesteld. In hoger beroep dwongen de eigenaren van de andere appartementen in het gebouw wel af dat de politica haar beveiligde woning weer moest verlaten.

Het gerechtshof oordeelde dat er geen wettelijke grondslag is voor het onderbrengen van bedreigde personen. Tegen dit besluit ging de toenmalige minister van Justitie Piet Hein Donner in cassatie. De Hoge Raad stelt dat het hof in Den Haag te weinig heeft gekeken naar het belang van de staat, die de plicht heeft om bepaalde personen te beschermen.

Submission

Hirsi Ali wordt al lange tijd zwaar beveiligd vanwege vele bedreigingen tegen haar en de moord op Theo van Gogh met wie ze samen de omstreden film Submission maakte. De Nederlandse staat bracht Hirsi Ali in 2005 daarom in een extra beveiligde woning in een appartementencomplex in de hofstad onder.

Hirsi Ali heeft het appartement dat van de overheid is, inmiddels verlaten. Ze is naar de Verenigde Staten verhuisd waar ze sinds september een nieuwe baan heeft bij een conservatieve denktank in Washington.

Besluit

Volgens een woordvoerster van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) blijft het appartement echter beschikbaar voor andere mensen die bescherming nodig hebben. Daarom is de NCTb tevreden met het besluit van de Hoge Raad om de zaak terug te verwijzen naar het hof in Amsterdam omdat het hof in Den Haag onvoldoende heeft gekeken naar de plicht van de staat om mensen te beschermen.