DEN HAAG - Het dragen van een boerka in de openbare ruimte moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Dat heeft minister Rita Verdonk (VVD, Vreemdelingenzaken en Integratie) in de Tweede Kamer gezegd.

Het gezichtsbedekkende kledingstuk is een symbool van tweedeling, dat niet past bij integratie van moslims en emancipatie van de vrouw.

Haar CDA-collega van Justitie Ernst Hirsch Ballin wilde na afloop van het debat niet zeggen of hij dit standpunt deelt. "Ik ga geen persoonlijke opvattingen geven. Het is niet goed tijd te besteden aan verschillen in optredens van ministers."

Hirsch Ballin zei dat Verdonk vooral uit het oogpunt van integratie sprak, maar dat de commissie van deskundigen die het kabinet over een boerkaverbod adviseert een bredere opdracht heeft. Deze moet ook grondrechten van burgers afwegen tegen de weerstand die de boerka oproept. Ook moet bekeken worden hoe de moslimgemeenschap tegen dit kledingstuk aankijkt. Naast juristen zit in de zevenkoppige commissie een arabist en een imam.

Standpunt

Begin november komt de commissie met een advies aan de ministers, waarna het kabinet zo snel mogelijk met een standpunt zal komen, beloofde Verdonk aan de Kamer. De commissie bekijkt of een algemeen boerkaverbod mogelijk is onder de bestaande regels.

Ook wordt gekeken of het dragen van dit kledingstuk uit oogpunt van veiligheid en openbare orde verboden kan worden. Laatste mogelijkheid is om een verbod via bestaande regels te regelen, zoals een algemene plaatselijke verordening (apv) of de wet op de identificatieplicht.

Wilders

De bewindslieden moesten in de Kamer uitleggen waarom het kabinet de wens van de Tweede Kamer om het dragen van een boerka te verbieden nog niet heeft ingewilligd. De Kamer vroeg hier in december vorig jaar op initiatief van Geert Wilders om. Al eerder werd duidelijk dat binnen het kabinet verschillend wordt gedacht over deze kwestie.