JERUZALEM - Het stoffelijk lichaam van een 46-jarige Nederlander levert de Nederlandse ambassade in Israël kopzorgen op. De man ligt al bijna drie weken in een mortuarium in Tel Aviv, maar omdat zijn familie in Nederland de ambassade niet in contact wil brengen met zijn kinderen, kan het stoffelijk overschot nog niet worden begraven.

Omdat de kinderen zijn wettige erfgenamen zijn, is hun toestemming nodig voor een begrafenis, vertelde consul John Lubbers in The Jerusalem Post van dinsdag. Aangezien de man nooit naar zijn kinderen zou hebben omgekeken, willen diens moeder, broers en zussen volgens het Israëlische dagblad echter niets met de zaak te maken hebben. De Nederlander, die al jarenlang in Tel Aviv woonde, overleed op 28 september aan chronische trombose.

Brief

De ambassade heeft de familie in een "gedetailleerde brief" uitgelegd wat ze moeten doen om de begrafenis mogelijk te maken. "Maar tot nog toe hebben ze medewerking geweigerd", aldus Lubbers.

Begraven

Een rabbijn reageerde in de krant verrast op het bericht dat een lichaam zolang in een Israëlisch ziekenhuis ligt. Volgens joodse gebruiken moeten stoffelijke overschotten zo snel mogelijk worden begraven. "Een lichaam onbegraven laten is schending van Gods naam", aldus rabbi Ya'acov Ruza. Een woordvoerder van het ziekenhuis liet echter weten dat het lichaam "indien nodig maanden" in het mortuarium kan blijven liggen.