LEIDEN - De hulpverlening aan Marokkaanse probleemjongeren in internaten en opvanghuizen heeft te weinig effect. Een scherpere controle op hun gedrag is noodzakelijk. Dat heeft pedagoge Mariska Kromhout in het proefschrift over Marokkaanse jongeren gesteld. Daarop promoveert zij woensdag aan de Universiteit Leiden.

Om betere resultaten in de hulpverlening te boeken, is ook meer aandacht nodig voor de motieven van de jongeren, een grondiger methodiek bij de opvang, deskundiger begeleiding van de groepsleiders en nauwer contact met de ouders. Het gaat om jongeren die zulke psychosociale problemen hebben dat ze niet meer thuis kunnen wonen en opgevangen moeten worden in opvanghuizen of internaten.

Kromhout interviewde voor deze studie zeventien Marokkaanse jongeren, verdeeld over zes instellingen, tien ouders of ouderparen en negentien mentoren. Ze nam de eerste vier tot zes maanden dat de jongeren in een instelling verblijven onder de loep.

De pedagoge constateerde dat ruim de helft binnen een halfjaar weer naar huis werd gestuurd wegens ernstige gedragsproblemen. De hulpverlening faalde onder meer doordat het aanvankelijk sociaal wenselijke gedrag niet tijdig werd doorgeprikt.

Etnisch-culturele verschillen bleken hierbij echter slechts een zeer beperkte rol te spelen. Dat bleek ook uit de gesprekken met de jongeren.