DEN HAAG - Premier Jan Peter Balkenende wil dat er op een eerlijke manier wordt gekeken naar de moord op vele Armeniërs in 1915 en dat de opvattingen van mensen hierover tot hun recht kunnen komen.

Balkenende zei dat vrijdag na afloop van de ministerraad. Hij reageerde op de ophef die onder Turken in Nederland is ontstaan.

Zij zijn woedend omdat CDA en PvdA Turkse kandidaat-Kamerleden van hun lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen hebben geschrapt, omdat die de Turkse volkerenmoord in Armenië niet als een genocide en dus doelbewuste actie willen erkennen.

Pijn

Het doet de premier naar eigen zeggen pijn dat mensen die zich over de kwestie uitspreken soms te maken krijgen met dreigementen. Volgens hem moet je over deze "gevoelige fase in de geschiedenis" kunnen spreken.

Hij wees erop dat de democratie werkt wanneer de burgers zich betrokken voelen. Balkenende sprak daarom de hoop uit dat "iedereen, ook mensen van Turkse afkomst" gaan stemmen op 22 november. Sommige Turken lieten de afgelopen dagen blijken uit ongenoegen niet meer naar de stembus te willen.

Archieven

In 2004 riep de Tweede Kamer unaniem het kabinet op de Turkse genocide in Armenië internationaal aan de orde te blijven stellen. De geschiedenis moet op een goede manier behandeld worden, aldus Balkenende. Hij vindt het ook goed dat Turkije de archieven opent om de kwestie te kunnen onderzoeken.