ZUTPHEN - Het 8-jarige Chinese jongetje Hui dat in Zeist samen met zijn moeder in detentie zit, blijft daar voorlopig. De rechter in Zutphen verklaarde vrijdag het beroep tegen de inbewaringstelling van moeder Chen ongegrond.

De moeder heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar is uitgeprocedeerd. Zij moet daarom terug naar haar eigen land. De vrouw zit in vreemdelingenbewaring omdat ze onvoldoende meewerkt aan haar terugkeer naar China. De bewaring is volgens de rechtbank niet in strijd met de Nederlandse wet- en regelgeving of internationale verdragen.

Dat de minderjarige zoon, aan wie geen bewaring is opgelegd, bij zijn moeder in het detentiecentrum verblijft, maakt het voorgaande niet anders. De moeder heeft er voor gekozen Hui bij zich in de cel te houden. De jongen had ook naar familie, vrienden of een pleeggezin gekund.

Het brengt volgens de rechtbank wel mee dat de minister moeder en zoon zo snel mogelijk moet uitzetten. De rechter vindt een langdurig verblijf van kinderen in het detentiecentrum ontoelaatbaar omdat de onderwijs- en speelvoorzieningen beperkt zijn.

Op dit moment bestaat, mede gelet op de nog korte duur van de bewaring, geen grond voor het oordeel dat de minister de belangen van Hui onvoldoende heeft meegewogen. Hoelang het verblijf van een kind in het detentiecentrum mag duren, zal volgens de rechter mede afhangen van de mate waarin de minister de voorzieningen afstemt op de leeftijd en behoeften van het kind.

De Tweede Kamer vroeg dinsdag nog aandacht voor het lot van Hui. Die zit sinds vorige week samen met zijn moeder vast in Zeist. Op radio en televisie wordt al enkele dagen actie gevoerd voor Hui.