DEN HAAG - Nederland is binnen de Europese Unie een van de landen die Turkije nog geen datum willen noemen wanneer het land toetredingsonderhandelingen met de EU kan beginnen. Dat bleek vrijdag tijdens een gesprek tussen premier Balkenende en de leider Erdogan van de AK-partij, de grote winnaar van de Turkse verkiezingen begin november.

Balkenende zei na afloop van het gesprek dat Nederland wel voorstander is van de zogeheten rendez-vous-clausule. Die houdt in dat de Europese leiders tijdens hun top in Kopenhagen op 12 december Turkije een datum geven waarop verder gesproken wordt over een nieuwe datum voor het begin van de onderhandelingen. Deze extra tussenstap zou Turkije moeten dwingen meer werk te maken van de politieke hervormingen die nodig zijn voordat over economische hervormingen met de EU wordt onderhandeld.

Niet veel steun voor Nederland

Maar Nederland heeft niet heel veel steun binnen de EU. Landen als Griekenland, Portugal, Spanje, Italië en Groot-Brittannië willen Turkije gewoon rechtstreeks een datum geven voor het begin van de toetredingsonderhandelingen.

Erdogan zei vrijdag dat zijn land veertig jaar geleden het EU-lidmaatschap al heeft aangevraagd en dat 80 procent van de Turkse bevolking van in totaal bijna 70 miljoen lid wil worden van de EU. Hij waarschuwde er voor dat de 20 procent Turken die tegen de EU zijn, de Unie meer als een 'club van christenen' zullen zien als de Unie Turkije blijft afwijzen.

Erdogan beloofde dat zijn AK-partij er alles aan zal doen om de politieke hervormingen te versnellen. Hij zei een "zero-tolerance" beleid te zullen voeren om marteling tegen te gaan en ook vrijheid van meningsuiting en vergadering te zullen waarborgen. Erdogan kan zelf overigens niet in de nieuwe regering plaats nemen omdat hij wegens een veroordeling van vier jaar geleden geen politiek ambt mag bekleden. Erdogan werd in 1998 veroordeeld wegens het oproepen tot religieuze haat.