DEN HAAG - Minister Aart Jan de Geus van Sociale Zaken neemt zijn woorden over de Schipholbrand terug na de ophef die daarover in de Tweede Kamer is ontstaan. Hij betreurt zijn uitspraken in het programma De Ochtenden op Radio 1, waarin hij de brand woensdagochtend "een rotstreek" noemde en stelde dat een celbewoner de brand moedwillig had gesticht.

De Geus vindt het onverstandig van zichzelf dat hij deze uitspraken heeft gedaan, omdat hij de feiten onvoldoende kent om conclusies te trekken. "Het is een afschuwelijke ramp. De rechter oordeelt over de schuldvraag en op het politieke debat kan en mag ik niet vooruitlopen. Ik had moeten zwijgen", aldus de minister woensdagmiddag.

De Geus benadrukt tevens dat het niet zijn bedoeling was mensen te kwetsen of van iets te betichten. Als die indruk is ontstaan, biedt hij zijn verontschuldigingen hiervoor aan.

Ergernis

Tijdens het interview voor de radio ergerde de bewindsman zich eraan dat bewindslieden onder vuur zijn komen te liggen in het debat over de Schipholbrand. Donderdag verschijnt het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid onder leiding van prof. mr. Pieter van Vollenhoven. Dat bevat naar verwachting harde kritiek op de rol van de departementen van Justitie en VROM bij de brand.

Verdachte

Advocaat Eduard Damman van de 24-jarige Achmed Al-J., die verdacht wordt van de brandstichting, zegt ontzet te zijn over de wijze waarop De Geus heeft gemeend zich te moeten uitlaten over zijn cliënt.

"De minister gaat hierdoor zijn boekje ver te buiten." Damman wijst erop dat tot op heden het Openbaar Ministerie er niet in is geslaagd bewijsmateriaal te leveren dat J. opzettelijk brand heeft gesticht in het cellencomplex van Schiphol.