DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie (OM) gaat meer openheid betrachten bij de persvoorlichting rond strafzaken. Vooral als andere partijen in een strafproces, zoals advocaten, informatie verstrekken over een zaak of verdachten, zal ook het OM zich minder terughoudend opstellen.

Dit nieuwe beleid is verwoord in de Aanwijzing Voorlichting Opsporing en Vervolging, zo bevestigt een woordvoerder van het college van procureurs-generaal zaterdag een bericht van die strekking in de Volkskrant. De nieuwe aanwijzing wordt per 1 januari 2007 van kracht.

De nieuwe voorlichtingsrichtlijn is voorbereid en opgesteld door een commissie van politie en OM, geleid door de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Leo de Wit. Volgens de woordvoerder van het college wordt de aanwijzing "breed gedragen".

Privacy

Justitie en politie blijven wettelijk gehouden aan de taak de privacy van verdachten, slachtoffers, nabestaanden en getuigen te beschermen. Hierop mag alleen een uitzondering worden gemaakt om onjuiste informatie te ontzenuwen. De privacy van bekende Nederlanders die met politie of justitie in aanraking komen blijft eveneens gewaarborgd, maar het OM kan besluiten informatie te geven als naam en misdrijf al door verschillende andere bronnen zijn genoemd.

De voorzitter van het college, Harm Brouwer, is een voorstander van grotere openheid. Zijn voorganger, Joan de Wijkerslooth, voerde in 2002 een streng voorlichtingsbeleid in, dat weinig ruimte liet voor het geven van voorlichting over lopende zaken. Zowel de voorlichters van politie en justitie als journalisten konden daar vaak niet goed mee uit de voeten.

Bij grote, geruchtmakende zaken mocht het OM pas arrestaties vermelden als de raadkamer van de rechtbank de gevangenhouding had bevolen. Dat betekent dat zo'n arrestatie twee weken stil moest worden gehouden. In de nieuwe richtlijn komt deze termijn te vervallen.

Ook kan het OM volgens de nieuwe richtlijn eerder uitleggen waarom tot strafvervolging van een bepaald persoon is overgegaan.

Strafpleiter Peter Plasman, als advocaat veelvuldig optredend in grote zaken, heeft er begrip voor dat het OM wil reageren als er informatie door raadslieden op straat komt te liggen. "Als het zuiver wordt gespeeld, lijkt het me goed dat het OM niet monddood wordt gemaakt."

Plasman vindt het wel "buitengewoon merkwaardig" dat de advocatuur recentelijk aan banden is gelegd, als het gaat om het geven van informatie over strafzaken. "Dan ben je eerst de ene kant aan het verlammen, om vervolgens de andere kant te versterken", aldus de raadsman. Advocaten kunnen tuchtrechtelijk worden aangepakt als zij informatie uit een strafdossier vrijgeven.