DEN HAAG - Het kabinet ziet niets in een verbod op politieke partijen met radicale standpunten of ideologieën. De democratie werkt zodanig dat dit soort bewegingen al wordt tegengehouden. Dat zei premier Jan Peter Balkenende vrijdag na afloop van de wekelijkse ministerraad.

De CDA-fractie had deze week wel voor de mogelijkheid van een verbod gepleit maar kreeg onvoldoende steun in de Tweede Kamer. Aanleiding was de discussie die ontstond na uitspraken van minister Piet Hein Donner (Justitie) over de sharia, de islamitische wetgeving. Als tweederde van de bevolking dat zou willen, zou die ingevoerd moeten worden, aldus Donner.

Beeldvorming

Het kabinet betreurde de verkeerde beeldvorming die daardoor ontstaan is, net als de bewindsman zelf al had gezegd. "Het kabinet wil geen sharia. In onze democratie met onze waarden, is geen plaats voor de sharia", zei Balkenende. Hij wilde vrijdag niet als CDA-leider ingaan op de wens van zijn eigen partij.

Het kabinet gaat in opdracht van de Tweede Kamer onderzoeken hoe weerbaar de democratie is tegen groeperingen die indruisen tegen de rechtsorde. Daarbij zal het kabinet ook kijken naar Duitsland, waar waarborgen in de wet zijn opgenomen om ongewenste (extreemrechtse) ontwikkelingen te verbieden. Dat heeft alles te maken met de omstreden geschiedenis van Duitsland.